woensdag 6 april 2011
stem op bezuinigingen in de gemeente Utrecht
Kijk op www.u-aan-z.nl en stem mee. U heeft nog de tijd tot half april.
José van Dijk
maandag 21 maart 2011
Schuldsaneringen en werkeloosheid stijgen in Utrecht
Stijging schuldsaneringen zet flink door
In 2010 zijn ruim een kwart meer schuldsaneringen uitgesproken dan in 2009. Vooral in het laatste kwartaal nam de instroom in de wettelijke schuldsanering (Wsnp) duidelijk toe. Hiermee zet de stijging die halverwege 2009 is ingezet, stevig door.
Vooral meer privépersonen
In 2010 zijn door de rechter in totaal ruim 11 duizend schuldsaneringen uitgesproken. Dat waren er bijna 2,5 duizend meer dan in 2009. Het aantal privépersonen dat werd toegelaten tot de Wsnp, liep in 2010 stevig op. In het vierde kwartaal kwam dit aantal ruim 50 procent hoger uit dan een jaar eerder.
De stijging bij de (ex-)ondernemers vlakte in de loop van 2010 juist weer af. Dit aantal neemt al sinds medio 2009 toe en bereikte een hoogtepunt in het laatste kwartaal van dat jaar. Het aantal uitgesproken schuldsaneringen van (ex-)ondernemers reageert doorgaans sneller op veranderingen in de economie dan dat van privépersonen.
Flevoland: 5 keer zoveel schuldsaneringen als Utrecht
In 2010 kwamen gemiddeld over heel Nederland 87 per 100 duizend inwoners van 18 jaar en ouder in de schuldsanering terecht. Ten opzichte van 2009 valt op dat het aantal schuldsaneringen alleen in Friesland licht is gedaald.
Tussen de provincies onderling zijn enorme verschillen zichtbaar. Waar in Utrecht in 2010 gemiddeld 49 van de 100 duizend inwoners werden toegelaten tot de Wsnp, waren dat er in Flevoland maar liefst 251. Ook in 2009 werden hier, in relatieve zin, verreweg de meeste schuldsaneringen uitgesproken van alle provincies.
Steeds groter deel na afloop schuldenvrij
In 2010 zijn in totaal 13 duizend schuldsaneringen beëindigd. Hiervan eindigde 81 procent met een zogenaamde schone lei: de rechter scheldt de schuldenaar het resterende deel van zijn schulden kwijt.
Het percentage schuldsaneringen resulterend in een schone lei, is sinds 2005 continu gestegen. Net als in voorgaande jaren beëindigden (ex-) ondernemers in 2010 hun schuldsanering iets vaker met een schone lei dan privépersonen.
Werkloosheid neemt toe - werkloosheid onder jongeren daalt
Werkloosheid in Zuid-Holland het meest toegenomen
In 2010 nam in de meeste provincies de werkloosheid toe. De stijging was in Zuid-Holland het grootst. In de vier grote steden steeg de werkloosheid vooral in Den Haag. De werkloosheid onder jongeren is gedaald in Noord-Nederland en Zuid-Nederland.
Alleen in Drenthe en Overijssel geen toename
Hoewel de werkloosheid in Nederland in de loop van 2010 afnam, was deze gemiddeld met 5,4 procent nog duidelijk hoger dan de 4,8 procent in 2009. In Zuid-Holland steeg het werkloosheidspercentage het sterkst, van 4,8 naar 5,9 procent. Ook in Gelderland en Noord- Brabant was de werkloosheid in 2010 flink hoger. Alleen in Drenthe en Overijssel nam de werkloosheid niet toe.
Zeeland had in 2010 net als het jaar ervoor de laagste werkloosheid met bijna 4 procent. Groningen had met 6,8 procent opnieuw de hoogste werkloosheid, gevolgd door Flevoland met 6,5 procent en Drenthe en Limburg met 6,1 procent.
Werkloosheid hoog in de vier grote steden
In de vier grote steden ligt de werkloosheid als gebruikelijk boven het landelijke gemiddelde. In 2010 was daar 7 procent werkloos, tegen 6,4 procent in 2009. Net als in voorgaande jaren had Rotterdam de hoogste werkloosheid met 8,8 procent. De werkloosheid lag alleen in Utrecht met 5,2 procent onder het landelijke gemiddelde. Van de vier grote steden kende Den Haag de grootste stijging van de werkloosheid, van 5,5 procent in 2009 naar 6,8 procent in 2010. In Amsterdam kwam de werkloosheid in 2010 uit op 6,6 procent, vrijwel gelijk aan het cijfer van 2009.
Werkloosheid onder jongeren gedaald in het Noorden en het Zuiden
De dalende werkloosheid in de loop van 2010 werd het eerst zichtbaar onder jongeren van 15 tot 25 jaar. In 2010 was de gemiddelde werkloosheid onder jongeren al lager in Noord- en Zuid-Nederland. In Noord-Nederland, waar de werkloosheid relatief hoog ligt, was de afname het grootst. Daar daalde de werkloosheid onder jongeren van 13,6 procent in 2009 naar 12,2 procent in 2010. In het Zuiden daalde de werkloosheid in 2010 tot het landelijke gemiddelde onder jongeren: 11,7 procent.
Bron: CBS, maart 2011
dinsdag 15 maart 2011
Weer (ook in Utrecht) meer schuldsaneringen
In 2010 is ruim een kwart meer schuldsaneringen uitgesproken dan in 2009. Vooral in het laatste kwartaal nam het aantal mensen dat via de rechter een schuldsanering kreeg toe. Daarmee zet de stijging die halverwege 2009 is ingezet stevig door. Dat blijkt maandag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
De rechter sprak vorig jaar ruim 11.000 schuldsaneringen uit, 2500 meer dan in 2009. Vooral het aantal privépersonen dat werd toegelaten tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) groeide. In het vierde kwartaal lag dit aantal ruim 50 procent boven dat van een jaar eerder.
Ondernemers
Bij (ex-)ondernemers vlakte de stijging in de loop van 2010 juist af. Dat aantal neemt al sinds half 2009 toe. Het hoogtepunt lag in het laatste kwartaal van dat jaar. Schuldsaneringen van (ex-)ondernemers reageren doorgaans sneller op veranderingen in de economie dan van privépersonen.
Utrecht
In 2010 kwamen gemiddeld 87 mensen per 100.000 inwoners van 18 jaar en ouder in de schuldsanering. Tussen de provincies onderling zijn enorme verschillen zichtbaar. Zo kwamen in Utrecht gemiddeld 49 van de 100.000 inwoners in de Wsnp, tegen 251 in Flevoland. In 2009 werden in Flevoland ook al de meeste schuldsaneringen uitgesproken van alle provincies.
Schone lei
Om in de schuldsanering te komen, moet iemand een aanvraag indienen bij de rechter. Het Wsnp-traject voor schuldsanering helpt ruim 70 procent van de schuldenaren aan een schone lei. Vorig jaar kwam aan 13.000 schuldsaneringen een einde. Daarvan bereikte 81 procent de schone lei, waarbij de rechter de schuldenaar het resterende deel van zijn schulden kwijtscheldt. Dat percentage stijgt sinds 2005 doorlopend. Onder (ex-) ondernemers komt het iets vaker voor dan bij privépersonen.
Bron: Zorg en Welzijn, 14-03-2011
woensdag 2 maart 2011
Buurtzorg-formule nu ook in Twente
Zorgaccent & Thuiszorg Noord West Twente voert een reorganisatie door om volgens de methode van Buurtzorg Nederland te gaan werken. Daarbij verliezen tachtig medewerkers bij de ondersteunende diensten en het management hun baan.
Aanleiding voor de reorganisatie is een forse omzetreductie per 1 januari 2010. Van de ene op de andere dag viel circa twintig procent van het budget weg. Dat kwam doordat de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg naar de GGD is gegaan en de Twentse gemeenten de hulp in het huishouden vanuit de Wmo bij andere aanbieders inkochten.
Zorgaccent & Thuiszorg Noord West Twente heeft de omzetreductie aangegrepen om het werk fundamenteel anders te organiseren, met minder bureaucratie, minder overhead, minder managers en meer handen aan het bed. De thuiszorg gaat werken zoals Buurtzorg Nederland dat doet: zelfstandige teams van hoogopgeleide verpleegkundigen. De organisatie wil dit jaar en volgend jaar 25 wijkverpleegkundigen aanstellen.
Door de nieuwe werkwijze vallen er wel tachtig ontslagen bij het management en de ondersteunende diensten, omdat de thuiszorgteams het werk zelf organiseren. Daarbij gebruiken ze de ict van Buurtzorg Nederland, “een belangrijke voorwaarde voor succes”, vertelt bestuurder Irma Harmelink. Ze is sinds voorjaar 2010 in gesprek met Buurtzorg-directeur Jos de Blok. “Buurtzorg is voor ons een inspiratiebron. De samenwerking gaat volgens ‘goed naoberschap’, goede buren. De organisaties komen allebei uit Almelo.” In totaal verliezen 15 fte’s managers hun baan.
Ook bij de verpleeg- en verzorgingshuizen wil Harmelink een nieuwe werkwijze invoeren waarin kleine teams veel meer vrijheid krijgen om het werk te reorganiseren. De overgang naar kleinschalige woonvormen moet later dit jaar gestalte krijgen, omdat hiervoor andere huisvesting nodig is.
Bron: Zorgvisie 2 maart 2011
dinsdag 22 februari 2011
Bezuinigingen zijn een zegen
Aan het woord is Dik Hooimeijer van Stichting MOOI, een welzijnsorganisatie in Den Haag en Zoetermeer, onder meer verantwoordelijk voor Marketing, Innovatie en Projecten. Sinds 1975 is hij werkzaam in de welzijnssector. Hij noemt zichzelf een absoluut welzijnsdier, maar is ook een oprecht criticaster. Naar zijn oordeel is welzijn te weinig innovatief en speelt het niet in op de tijdgeest. Hij doet mee aan een debat naar aanleiding van een boek van de directeur van Doenja uit Utrecht.
“Afgelopen donderdag was ik aanwezig op de derde Manifestatie Buurtalliantie in de Fokker Terminal in Den Haag. Laat ik beginnen de organisatie te complimenteren met wederom een geweldige manifestatie voor maatschappelijke organisaties. Excursies, debatten, workshops en een marktplein: voor elke professional viel er veel te halen en te netwerken.
Zelf was ik uitgenodigd om deel te nemen aan het debat ‘Stijgen met stip’. Aanleiding van dit debat was het boek ‘De kunst van het stijgen’ van Heinz Schiller, directeur van Doenja Dienstverlening uit Utrecht. Schiller geeft hierin een aantal aanbevelingen om de armoedespiraal in wijken als Kanaleneiland in Utrecht te doorbreken. Hij heeft met dit boek en zijn uitspraak ‘bezuinigingen zijn een zegen’ zo hier en daar in welzijnsland de toorn over zichzelf afgeroepen. Bijvoorbeeld van Margot Scholte, onder andere senior adviseur beroepsontwikkeling van MOVISIE, en Klaas Mulder, senior adviseur van Laagland advies. Beide namen deel aan het debat.
Ik was uitgenodigd, omdat ik het op een flink aantal punten eens ben met Schiller. Dit heb ik ook onder andere in mijn weblogs geuit. Helaas kon Schiller zelf niet aan het debat deelnemen. De discussie samenvatten ga ik hier niet doen, maar ik wil er wel twee punten uithalen.
Schiller is aangevallen op zijn uitspraak ‘bezuinigingen zijn een zegen’. Een boude uitspraak zo op het oog. De vraag is echter of dit zo is, los van de gedachte dat Schiller ook een discussie wil uitlokken (wat overigens goed is gelukt). Ik heb in eerdere weblogs aangegeven, dat als je kijkt naar het aantal professionals, dat zich soms met één klant bezig houdt, je tot de conclusie komt dat we er een aardig zooitje van hebben gemaakt.
Wie en wat zich bijvoorbeeld allemaal met werklozen bezig houdt. De klant snapt er helemaal niks van. Ik zou het overzicht ook kwijt raken! En helpt die fragmentatie van instellingen, organisaties, overheden en verantwoordelijkheden de klant nu echt? Nee. Maar het kost allemaal wel bakken met geld. Terug naar Schillers uitspraak: vanuit het perspectief van de klant kunnen bezuinigingen inderdaad wel eens een zegen zijn. Daarmee ontstaat wellicht overzicht, duidelijkheid en rendement. Je ontkomt er niet aan om kritisch naar je eigen werk en organisatie te kijken.
Het tweede punt dat betoogd werd, is dat Schiller zich te eenzijdig richt op sociaal maatschappelijke stijging. Dat hij belang hecht aan werk en inkomen waarmee hij, zeg maar de maatschappelijke acceptatie, als maat neemt en daarmee niet bij de mogelijk- en onmogelijkheden van de klant begint. Met andere woorden: binnen welzijn moet de klant de maat zijn.
Ik snap oprecht niet waar die gedachte vandaan komt. De absolute kracht van het welzijnswerk is juist dat we bij de klant beginnen.
Ambtenaren en re-integratiewerkers starten vanuit regelgeving. Daarom lukt het deze laatste ook niet om een bepaalde doelgroep in beweging te krijgen. Dit in tegenstelling tot het welzijnswerk dat juist start vanuit de klant. Mijn bewering is zelfs dat er geen betere voorziening is voor deze doelgroep dan het welzijnswerk. Maar dat mag en kan nooit betekenen dat je als welzijnswerker genoegen neemt met de soms uitzichtloze situatie van onze doelgroep.
Want laten we wel wezen, je zal in deze tijd maar van de bijstand moeten leven en kinderen hebben. Dan sta je er beroerd voor. Onderzoek laat dat glashelder zien. En dus moeten de inspanningen van het welzijnswerk, op basis van vertrouwen en de relatie met de klant, gericht zijn op het verbeteren van de sociaal-maatschappelijke positie van de klant. Het is mijn absolute overtuiging dat gedreven en oprechte welzijnswerkers in dit land dit kunnen.”
Bron: Zorg en Welzijn, 21 februari 2011
woensdag 26 januari 2011
Belangenorganisatie weet hoe te bezuinigen op de WMO
Het Programma Versterking Cliëntenpositie (VCP) heeft een handreiking over de bezuinigingen binnen de Wmo gepubliceerd. Gemeenten moeten vooral niet bezuinigen op individuele en algemene voorzieningen, aldus de handreiking.
De handreiking 'Een kritische kijk op de bezuinigingen en de Wmo' bevat uitleg over hoe gemeenten eventueel kunnen bezuinigen, op welke onderdelen ze dat niet moeten doen en waarom niet en tips voor belangenbehartigers.
Inkomensgrens
Gemeenten, zo blijkt uit de handreiking, moeten vooral niet bezuinigen op individuele en algemene voorzieningen, aldus het VCP. Het VCP, een initiatief van de CG-Raad en Platform VG, helpt lokale belangenbehartigers voor mensen met een beperking met informatie, advies en concrete hulp en begeleiding. Dit omdat dan steeds minder mensen kunnen meedoen in de samenleving.
Ook moet er geen inkomensgrens voor de Wmo worden ingevoerd. Volgens het VCP is zo’n grens in strijd met de Wmo, omdat het risico bestaat dat burgers dan onder het bestaansminimum komen. ‘En dit is nu juist wat we met de Wmo niet meer willen.’
Open vizier
Wel goede maatregelen vindt het VCP bijvoorbeeld het alleen beschikbaar maken van Wmo-voorzieningen voor mensen die onder de Wmo-doelgroep vallen. Ook moeten gemeenten meer de regie nemen bij het zorgen voor goede algemene voorzieningen.
Tips
Algemene tips die belangenbehartigers krijgen, zijn met open vizier bezuinigingsvoorstellen bekijken, actief meedenken met de gemeente, bekijken of samen optrekken met de Wmo-adviesraad mogelijk is en de gemeente vragen om een expertgroep op te zetten. De verkorte handreiking is te vinden op www.programmavcp.nl. Om de uitgebreide handreiking te downloaden, moeten belangenbehartigers zijn aangemeld op de site.
Bron: Zorg en Welzijn 26/01/2011
dinsdag 25 januari 2011
De Kanteling en cliëntenorganisaties
Met het project de Kanteling willen CSO, CG-Raad en VCP de uitvoering van de Wmo zo 'kantelen' dat participatie van mensen met beperkingen en ouderen centraal komt te staan.
Lokale belangenbehartigers moeten ervoor kunnen zorgen dat in de Wmo de participatie van mensen met beperkingen en ouderen centraal staat. Project de Kanteling wil de lokale belangenbehartigers daarbij helpen. Het project wordt tot eind 2011 gesubsidieerd door het ministerie van VWS.
Naast project de Kanteling van de cliëntenorganisaties, voert ook de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een kantelings-project uit. Het project van de VNG is gericht op gemeenten. De cliëntenorganisaties en de VNG werken in beide projecten zoveel mogelijk samen.
Fase 1
In fase 1 van project de Kanteling hebben de cliëntenorganisaties hun visie op de Wmo geformuleerd. Ook is er een groot aantal voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd. Daarnaast zijn er twee handreikingen uitgegeven. De eerste gaat over de compensatieplicht: hoe moet de Wmo worden uitgevoerd? De tweede gaat over het gesprek: hoe kunnen gemeente en burger samen kijken wat er nodig is voor die ene burger om te kunnen participeren?
Fase 2
In fase 2 van het project wordt in het bijzonder gekeken hoe lokale belangenbehartigers kunnen zorgen dat gemeenten ook werkelijk gaan kantelen.
Praktijkervaringen
De twee handreikingen worden bijgesteld op basis van praktijkervaringen in gemeenten die voorop lopen in het kantelingsproces. Er wordt daarbij met name gekeken naar het cliëntenperspectief. De praktijkervaringen worden besproken in expertgroepen en daarna vertaald naar praktische adviezen voor lokale ouderen- en cliëntenorganisaties en Wmo-raden. Onderwerpen die aan de orde komen zijn:
Mantelzorg en vrijwilligersbeleid
Integrale netwerken en ketensamenwerking
Kwetsbare groepen
Informatiebijeenkomsten over modelverordening
Het project gaat informatiebijeenkomsten organiseren over de Wmo-modelverordening. De VNG werkt aan een aangepaste modelverordening waarin de kantelingsgedachte is verwerkt. In de expertgroep die de VNG adviseert, is ook project de Kanteling vertegenwoordigd. De Kanteling zal vooral kijken naar de nieuwe modelverordening vanuit het cliëntenperspectief.
Als de modelverordening is goedgekeurd door het bestuur van de VNG, organiseert project de Kanteling informatiebijeenkomsten. Tijdens die bijeenkomsten wordt samen met de VNG voorlichting gegeven over de nieuwe verordening en de beleidsregels. De informatiebijeenkomsten zijn bestemd voor wethouders, ambtenaren en belangenbehartigers (o.a. kader- en bestuursleden van ouderen-, cliënten- en patiëntenorganisaties). De informatiebijeenkomsten zullen onder meer via de Kantelings-nieuwsbrief worden aangekondigd.
Handreiking voor burgers
De Kanteling gaat een Wmo-handreiking ontwikkelen voor gewone mensen. In deze handreiking wordt in dagelijkse taal uitgelegd wat de Wmo is en hoe men het gesprek met de gemeente over het beste kan voeren. Ook deze handreiking wordt digitaal verspreid.
Informatie voor belangenbehartigers
In de 2e fase van het project kunnen medewerkers op verzoek voorlichting geven aan belangenbehartigers over de Kanteling, de compensatieplicht of het gesprek met de gemeente. De betreffende belangenorganisatie is zelf verantwoordelijk voor het regelen van deze bijeenkomsten. Geïnteresseerde organisaties kunnen zich aanmelden bij secretariaat van project de Kanteling.
Project de Kanteling
Postbus 1038
3500 BA Utrecht
T 030 2823140 (wo-vr)
projectdekanteling@cg-raad.nl
Relevante documenten
Nieuwsbrief project De Kanteling, aflevering 4 (word, 15 december 2010)
Nieuwsbrief project De Kanteling, aflevering 3 (word, 4 november 2010)
Handreiking Compensatieplicht en Kanteling (pdf, oktober 2010)
Handreiking Het gesprek tussen burger en gemeente (pdf, oktober 2010)
Bron: Ministerie van VWS, 25-01-2011