dinsdag 23 november 2010

Zijn we allemaal zeikerds geworden?

Terwijl ik, Dik Hooimeijer, een broodje weghapte, las ik afgelopen zaterdag in de Volkskrant het interview met Ivo Opstelten, onze nieuwe no-nonsense minister van Veiligheid en Justitie. Eén passage zette mij aan het denken.

‘De criminaliteitscijfers worden op een aantal terreinen beter. Maar in onderzoeken gaat het veiligheidsgevoel, dus wat de burger vindt, achteruit.’

Ten aanzien van die criminaliteit sprak ik laatst een onderzoeker van de politie. Hij vroeg mij of ik een reden kon bedenken, dat de recidive onder jeugdige Marokkaanse jongens in Haaglanden een duidelijk afname liet zien. Ik kon daar niet direct antwoord op geven. Die afname is toch wel een bijzonder gegeven, omdat de burger blijkbaar het tegendeel denkt. Zeker na de laatste berichten over Gouda. 
Ten aanzien van het veiligheidsgevoel is het eigenlijk ook vreemd. Uit onderzoek blijkt dat wij Nederlanders tot één van de gelukkigste volkjes ter wereld behoren. Ik zal met mijn volgende uiteenzetting geen vrienden maken, maar wil toch ook eens een tegengeluid laten horen.

Beginnen wij niet een beetje een zeikvolk te worden? Het kraken is wettelijk verboden, want we hebben er last van. Wat we even vergeten, is dat de kraakbeweging een enorme rijkdom heeft voortgebracht op het gebied van muziek, kunst en theater, maar ook qua ondernemerschap. Maar: weg ermee, we hebben er last van. Volgende: het pasjessysteem voor wiet in Amsterdam. We hebben last van die toeristen. Amsterdam moet weer keurig en calvinistisch, maatregel op maatregel omdat wij burgers overal last van hebben. Een tijdje geleden stond er een Haagse meneer in NOVA te foeteren op het feit dat op het plein tegenover hem, in een Vinexlocatie, een peuterspeelzaal was gebouwd. Die kinderen spelen verdorie een uurtje buiten en maken lawaai. Verschrikkelijk! Hij was een actie gestart. Kinderen tussen twee en vier jaar die plezier hebben; godbetere!

Er hoeft maar iets te gebeuren dat de burger niet zint en hij schreeuwt moord en brand. De media duikt erop en bestuurders, burgemeesters en ministers raken in paniek en verzinnen nog meer regels ter voorkoming. Ook in ons werk merk ik dat van ons zaken worden verwacht waarvan ik denk: ‘Ja hallo, los dat lekker zelf op’. Dus vraag ik mij weleens hardop af of de Nederlander geen zeikerd aan het worden is? En dat meen ik. Mensen in het land laten zich door angst en anti-islamgevoelens leiden in hun stemgedrag, terwijl er in een straal van vijftig kilometer geen moslim te vinden is. Hier speelt ongetwijfeld het individualisme, maar ook zeker het egoïsme, van de burger een rol; ik en dan een hele tijd niets. Dit is zeker niet goed voor het klimaat van samenleven. Angst, vooroordelen en achterdocht zijn vaak het fundament voor problemen in buurten en wijken. Als wij niet oppassen, dendert dit in sneltreinvaart door.

Eigenlijk droom ik van een staatsman, groot met sonore stem, een rechtvaardig vadertype zeg maar, zo’n no-nonsense man die ons op ons gedrag aanspreekt en niet meegaat in het populisme. Een die ons terechtwijst en zegt: ‘En nu is het uit met dat gezeik van jullie. Doe even normaal’.

Dik Hooimeijer (1954) is binnen Stichting MOOI, een welzijnsorganisatie in Den Haag en Zoetermeer, onder meer verantwoordelijk voor Marketing, Innovatie en Projecten. Sinds 1975 is hij werkzaam in de welzijnssector. Hij noemt zichzelf een absoluut welzijnsdier, maar is ook een oprecht criticaster. Naar zijn oordeel is welzijn te weinig innovatief en speelt het niet in op de tijdgeest.

Bron: Zorg & Welzijn 22 november 2010

dinsdag 16 november 2010

Burger tevreden over de WMO, maar het kan beter

SGBO bracht onlangs de publicatie ‘Hoe klanten en burgers de Wmo ervaren’ uit. Hierin staan de resultaten van 300 tevredenheidsonderzoeken onder burgers over de Wmo. De scootmobiel doet het goed, het vrijwilligerswerk is in opmars. Maar het kan nog beter.

De 300 tevredenheidsonderzoeken Wmo over 2009 zijn gedaan in 347 gemeenten. Ze waren gericht op de negen prestatievelden van de Wmo: leefbaarheid en sociale samenhang, ondersteuning jeugd, loket, mantelzorg en vrijwilligers, bevorderen deelname, individuele voorzieningen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingsbeleid. Uit de onderzoeken blijkt volgens SGBO dat cliënten bang zijn dat uiting geven aan ontevredenheid consequenties heeft voor de ondersteuning. Voor een compleet beeld was daarom een combinatie van kwantitatief onderzoek (schriftelijke vragenlijsten) en kwalitatief onderzoek (interviews) nodig.

Eenzaam
Van alle respondenten zegt 2,5 procent zich vaak eenzaam te voelen, ruim een kwart soms. Van de autochtonen voelt 84 procent zich bijna nooit eenzaam, tegen 23 procent van de allochtonen. 
Van alle prestatievelden blijkt het het moeilijkst om grip te krijgen op de doelgroepen van de maatschappelijke opvang (prestatieveld 7), de oggz (8) en de verslavingszorg (9). Deze kwetsbare mensen zijn soms moeilijk te bereiken. Volgens SGBO moeten gemeenten investeren in samenwerking met professionals binnen deze velden.

Huishoudelijke zorg
Bij de huishoudelijke zorg lijkt het daarentegen erg goed te gaan, afgaande op het rapportcijfer: cliënten geven gemiddeld een 7,8. Wel is er behoefte aan meer uitleg bij de aanvraagprocedures. Opvallend is dat het aantal cliënten dat een pgb voor huishoudelijke hulp heeft, daalt: van 27 procent in 2008 naar 21 procent in 2009. SGBO geeft als mogelijke verklaring dat de uitvoering van een pgb als ingewikkeld wordt ervaren. Ook het gebruik van collectief vervoer daalde, en wel van 51 procent (2008) naar 40 procent (2009).

Scootmobiel
De scootmobiel doet het goed. Van de gebruikers is 93 procent (zeer) tevreden over de dienstverlening van de leverancier en 88 procent (zeer) tevreden over de kwaliteit van de scootmobiel. Andere opvallende resultaten zijn dat het vrijwilligerswerk in opmars is (van 38,3 naar 46%) en dat mantelzorg steeds bekender wordt. Tegelijk ervaren mantelzorgers vaker overbelasting. Respijtzorg is een goede manier om mantelzorgers te ondersteunen, benadrukt SGBO.

Aanbevelingen
De belangrijkste aanbevelingen voor gemeenten zijn: meer uitleg van procedures, meer duidelijkheid over klachtenprocedures en betere regie van en betere samenwerking met professionals. Meer uitleg van procedures is nodig om cliënten duidelijker te maken wat ze kunnen verwachten. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de reden waarom iemand wel of niet in aanmerking komt voor een voorziening, welke organisaties welke activiteiten aanbieden en hoelang het duurt voordat iemand een voorziening krijgt.

Betere communicatie 
Om meer duidelijkheid over klachtenprocedures te scheppen, moeten gemeenten beter met cliënten communiceren. Klachten komen vaak niet bij de gemeente terecht. Daardoor denkt die soms dat ‘alles goed gaat’. Investeren in de relatie met professionals is, tot slot, noodzakelijk omdat zij over informatie beschikken die gemeenten helpt het aanbod goed aan te laten sluiten op de klant, aldus SGBO.

Link: Hoe klanten en burgers de Wmo ervaren. Resultaten tevredenheidsonderzoeken Wmo over 2009

Bron: Zorg & Welzijn 4 november 2010