dinsdag 9 maart 2010

VNG wil regie over re-integratie vanuit uitkering

Er moet één aanpak komen voor re-integratie van alle mensen met een uitkering. Dat maakt de sociale voorzieningen effectiever en goedkoper. De gemeente krijgt daarover de regie. Dat stelt de Vereniging Nederlandse Gemeenten in een advies.

Het indelen van burgers naar afzonderlijke doelgroepen en regelingen, met elk een eigen re-integratie aanpak, financiële potjes en verschillende uitvoeringsinstanties, is volgens de VNG inefficiënt. De gemeentekoepel wil dat gemeenten zelf de re-integratie voor alle doelgroepen gaan uitvoeren.

‘Door verschillende taken die gemeenten al uitvoeren - zoals schuldhulpverlening en inburgering - te combineren met voorzieningen uit de Wmo en de bijzondere bijstand, kunnen mensen met succes terugkeren op de arbeidsmarkt.’ Aldus de VNG in het advies aan de parlementaire werkgroep die moet bekijken hoe er structureel 35 miljoen euro bezuinigd kan worden.

Sociale voorzieningen en sociale zekerheid kennen veel verschillende regelingen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt: WSW, WAJONG, WW, WIA, WWB, WIJ. Dat leidt volgens de VNG tot extra werk, lange procedures, een onduidelijke taakverdeling bij allerlei organisaties en veel onbegrip bij burgers. ‘Het kan eenvoudiger en voordeliger door meer verantwoordelijkheden neer te leggen bij gemeenten en de Werkpleinen (samenwerking tussen gemeente, re-integratiebedrijven en UWV, red.). Zij zijn in staat om deze mensen via een integrale aanpak te helpen.’

'Het gaat er om dat we als gemeenten aan de burgers perspectief bieden door één aanpak voor de re-integratie,' zegt Hans Spigt, voorzitter van de commissie Werk en Inkomen van de VNG. 'Die aanpak willen we uitvoeren. We willen niet de uitvoering van alle inkomensregelingen met bijbehorende claimbeoordeling. Daarom is het zo belangrijk om in de regio samen te werken en van het Werkplein de toegangspoort tot de arbeidsmarkt te maken.'

Om de re-integratie in één aanpak te gieten, moeten verschillende wetten en regelingen worden gestroomlijnd, aldus de VNG. De gemeentekoepel wil dat werkgevers het eerste halfjaar verantwoordelijk zijn voor de Werkloosheidswet (WW). ‘Er zijn betere financiële prikkels in het systeem nodig. Wie na enige tijd WW niet in staat is gebleken op eigen kracht terug te keren naar regulier werk, heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt opgebouwd. Dan kan de betrokkene een beroep doen op hulp van gemeenten.’

De VNG adviseert om te werken aan één administratie en één ICT-systeem voor alle uitkeringen. Verder wil de VNG 30 arbeidsmarktregio’s organiseren, waarin gemeenten en partners samenwerken in het Werkplein. Gemeenten en UWV maken een jaarplan voor het Werkplein. De wethouder van de centrumgemeente stuurt het Werkplein aan.


Bron: Zorg en Welzijn

donderdag 4 maart 2010

Voorlopige uitslag gemeenteraadsverkiezingen Utrecht 3-3-2010

Deze voorlopige einduitslag is gebaseerd op de getelde stemmen van alle 172 stembureaus. De opkomst is 52,5%. De definitieve einduitslag, inclusief voorkeurstemmen en zetelverdeling is vrijdagochtend rond 10.30 uur bekend.

Voorlopige einduitslag

Voorlopige zetelverdeling



dinsdag 2 maart 2010

WMO moeilijk voor ggz-cliënten

De overgrote meerderheid van de gemeenten handelt in de geest van de Wmo en heeft de bedoelingen van de wet omgezet in plannen. Dat is de eerste conclusie uit het evaluatierapport 'Op weg met de Wmo' van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Toch is er ook nog 'werk in uitvoering'. Onder andere mensen met een chronisch psychische aandoening hebben moeite het Wmo-loket te vinden.

Voor de evaluatie van de Wmo, in opdracht van VWS, heeft de SCP bij alle gemeenten de Wmo-coördinatoren bevraagd en onderzoek gedaan onder belangrijke actoren als Wmo-raden en cliëntenorganisaties. Het is niet nieuw dat mensen met een psychische aandoening problemen hebben met het aanvragen van Wmo-voorzieningen. 'Al uit eerder onderzoek blijkt dat zij hun problemen moeilijk voor het voetlicht brengen', legt projectleider Mirjam de Klerk van het SCP uit. 'Loketmedewerkers weten vaak onvoldoende van psychische problematiek. Die is ook niet altijd zichtbaar. Zij kunnen zich bijvoorbeeld moeilijk inleven in iemand met angsten.'

Mensen met psychische aandoeningen haken sneller af als zij allerlei papieren moeten invullen, vervolgt De Klerk. 'Ik kan me zo voorstellen dat zij ook minder snel terugvallen op een sociaal netwerk. Bij ouderen zie je toch vaak dat de kinderen helpen met een aanvraag.' Volgens de projectleider moet je sterk in je schoenen staan bij het Wmo-loket. 'Sommige gemeenten zijn best terughoudend, waardoor deze groep zich snel laat afwimpelen met een formulier.'

Voorzitters van de Wmo-raden geven aan dat in meer dan eenderde van de gemeenten de belangen van mensen met psychische problemen onvoldoende worden behartigd. 'Dat heeft vooral te maken met dat zij zelf niet participeren in Wmo-raden', verklaart De Klerk. 'Er is een voorbeeld waarbij iemand met een verstandelijke beperking samen met een coach deelneemt aan de Wmo-raad. Het kan wel, als de gemeente ervoor open staat.'

Uit het onderzoek blijkt overigens niet dat de Wmo-aanvraag van deze groep vaker zou worden afgewezen dan bij andere hulpvragers, stelt De Klerk. 'Uit de cijfers blijkt niet dat zij stelselmatig worden benadeeld. Het probleem ligt vooral bij de gang naar het Wmo-loket en de aanvraag.'

Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in werking getreden. Een belangrijk doel van de wet is mensen meer te laten meedoen in de maatschappij. Gemeenten dienen mensen die dat nodig hebben, hierbij te ondersteunen. Tijdens de evaluatie is de aandacht vooral uitgegaan naar mensen met een beperking en naar het beleid dat gemeenten voor hen voeren. Worden met de Wmo de doelen van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie bereikt? Hoe geven gemeenten invulling aan de Wmo? Hebben gemeenten de juiste instrumenten om de Wmo uit te voeren? De onderzoekers registreren de meningen en ervaringen van de betrokkenen, maar doen geen aanbevelingen in het evaluatierapport.

Andere belangrijke conclusies uit het evaluatierapport zijn: 13 procent van de mensen met een matige of ernstige lichamelijke beperking heeft behoefte aan meer ondersteuning. Ruim 90 procent van de aanvragen wordt (deels) toegewezen. Het persoonsgebonden budget is lang niet bij alle aanvragers bekend. Gemeenten verstrekken meer voorzieningen als ze meer uitgaan van de vraag van de cliënt. Mantelzorgers zijn onvoldoende op de hoogte van het ondersteuningsaanbod.

Lees hier het evaluatierapport van de Wet maatschappelijke ondersteuning 'Op weg met de Wmo' van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Uit: Zorg en Welzijn