donderdag 16 december 2010

Amsterdam stop met aanbesteden WMO

De gemeente Amsterdam gaat komend jaar geen aanbesteding doen voor de thuiszorg. Hiervoor heeft een meerderheid in de gemeenteraad vorige week gestemd. De nieuwe aanpak zal grote zorgaanbieders waarschijnlijk marktaandeel kosten.

Amsterdam stapt helemaal af van de Europese aanbesteding en gaat ook niet nationaal aanbesteden in de Wmo. In plaats daarvan volgt de hoofdstad het voorbeeld van de gemeente Boskoop. In het Boskoop-model maakt de gemeente bestuurlijke afspraken met thuiszorgaanbieders die vervolgens kunnen intekenen op een convenant. De gemeente Amsterdam verwacht dat dankzij deze aanpak veel nieuwe aanbieders de Amsterdamse markt kunnen betreden. Bestaande aanbieders, zoals marktleider Cordaan, zullen onder dit systeem waarschijnlijk aandeel verliezen.

Af van het aanbesteden

Gemeenteraadslid Peggy Burke van de PvdA in Amsterdam heeft de kar getrokken om van de Europese aanbesteding af te komen. “We wisten al langer dat Europees aanbesteden niet persé verplicht is vanuit Brussel. Dus hebben we de voormalige welzijnswethouder gevraagd alternatieven te onderzoeken. Hij kwam echter met het verhaal dat aanbesteden de enige
manier is om thuiszorg te contracteren in een gemeente met vijftig aanbieders en tienduizenden cliënten. Inmiddels wil een meerderheid van VVD, GroenLinks, SP en de PvdA af van het aanbesteden.

Boskoopmodel

De nieuwe wethouder Eric van der Burg (VVD) heeft vorige week daarom een positief pre-advies gegeven voor het Boskoop-model. Aanbieders moeten om mee te kunnen doen aan de gesprekken voldoen aan een aantal minimumeisen. Zo moeten ze een signaleringsfunctie kunnen bieden en minimaal 25.000 uur hulp per jaar kunnen leveren. Bovendien mogen ze geen zorg onderaannemen. “Cordaan heeft nu een aandeel van zeventig procent, maar besteedt een deel van die zorg uit aan derden”, zegt Burke. “Hierbij blijft natuurlijk geld bij Cordaan hangen, dus dat willen we niet meer. Een ander voordeel van het Boskoop-model is dat aanbieders die zich richten op specifieke doelgroepen, zoals de Turkse gemeenschap, nu ook de markt kunnen betreden.”

Prijsonderhandelingen

Over de prijs die de gemeente zal hanteren, moet nog onderhandeld worden. Het is de bedoeling dat in januari de eerste gesprekken gevoerd worden. Volgende week donderdag moet eerst nog een officieel akkoord vanuit de gemeenteraad komen. “Het mooie van dit besluit is dat je kunt stellen dat het voorgoed gedaan is met de Europese aanbesteding in de Wmo nu de hoofdstad er niet meer aan meedoet”, aldus het raadslid.

Bron: Zorgvisie, 16 december 2010

maandag 13 december 2010

WMO nieuwe stijl

In de Wmo nieuwe stijl krijgen zorgvragers geen zorg meer op basis van verstrekkingen en standaardindicaties. Gemeenten zullen in plaats daarvan kijken naar wat burgers en hun netwerken zelf nog kunnen doen en betalen. Dat blijkt uit de nieuwe Wmo-modelverordening die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) deze week presenteert.

In de nieuwe modelverordening van de VNG is het niet meer de bedoeling dat burgers met een indicatie in de hand een standaardaantal uren zorg krijgen toegewezen. De indicaties die burgers nu hebben, zullen aangepast worden aan de specifieke omstandigheden van de Wmo-cliënt. Gemeenten gaan om dit te regelen bij de mensen om de keukentafel inventariseren wat er precies aan huishoudelijke hulp of andere Wmo-zorg nodig is. Burgers die nu bijvoorbeeld nog recht hebben op vier uur huishoudelijke hulp maar kinderen in de buurt hebben wonen die een steentje bij kunnen dragen, zullen minder uren krijgen. Daartegenover staat dat burgers die vereenzamen en er alleen voor staan maar nooit echt om hulp hebben gevraagd, juist meer uren krijgen. De nieuwe manier van indicatiestellen door de gemeente betekent ook dat gemeenten welgestelde burgers zullen vragen om zelf op eigen rekening huishoudelijke hulp in te kopen. Dit gaat dan om vermogende burgers die in belastingbox drie meer dan twintigduizend euro hebben aan te geven.

Aan de keukentafel

“We gaan de zorg veel meer precies toesnijden op de cliënt”, zegt VNG-directeur Sandra Korthuis. “Dankzij de keukentafelgesprekken zullen we het krappe Wmo-budget veel beter kunnen uitgeven daar waar het nodig is. Als iemand een heel groot netwerk blijkt te hebben dan is er veel minder compensatie nodig vanuit de Wmo. Daarnaast brengt deze kanteling de administratieve rompslomp naar beneden. Burgers hoeven maar naar één loket voor thuiszorg en kunnen zich wenden tot de gemeenteraad als er wat mis gaat.”

Minder indiceren

Korthuis is niet bang dat gemeenten met een tekort op het Wmo-budget de keukentafelindicatie gaan aangrijpen om zo min mogelijk uren te indiceren. “Er is altijd de gemeenteraad als controlerend orgaan. Het is overigens wel zo dat er tweehonderd miljoen euro wordt gekort op het Wmo-budget, dus gemeenten gaan wel scherper kijken.”

Cliëntenorganisaties positief

Naast de VNG hebben cliëntenorganisaties CG-Raad en CSO meegewerkt aan het tot stand komen van de verordening. Anneke Van der Vlist van de CSO koepel van ouderenorganisaties is positief over de verordening. “Het is alleen jammer dat de kanteling samenvalt met een bezuiniging in veel gemeenten. Dat zal moeilijk uit te leggen zijn aan de burger, maar dat gaan we wel doen.” Een ander punt waar Van der Vlist nog op wijst is dat in de modelverordening de rol van de mantelzorger nog beter kan worden omschreven. “De gemeenten leggen hier nu veel neer dus dat moeten zij nog goed gaan invullen.”

Niet verplicht

Gemeenten zijn niet verplicht zich te houden aan de modelverordening van de Wmo. Korthuis verwacht wel dat veel gemeenten er de voordelen van zullen inzien.

dinsdag 23 november 2010

Zijn we allemaal zeikerds geworden?

Terwijl ik, Dik Hooimeijer, een broodje weghapte, las ik afgelopen zaterdag in de Volkskrant het interview met Ivo Opstelten, onze nieuwe no-nonsense minister van Veiligheid en Justitie. Eén passage zette mij aan het denken.

‘De criminaliteitscijfers worden op een aantal terreinen beter. Maar in onderzoeken gaat het veiligheidsgevoel, dus wat de burger vindt, achteruit.’

Ten aanzien van die criminaliteit sprak ik laatst een onderzoeker van de politie. Hij vroeg mij of ik een reden kon bedenken, dat de recidive onder jeugdige Marokkaanse jongens in Haaglanden een duidelijk afname liet zien. Ik kon daar niet direct antwoord op geven. Die afname is toch wel een bijzonder gegeven, omdat de burger blijkbaar het tegendeel denkt. Zeker na de laatste berichten over Gouda. 
Ten aanzien van het veiligheidsgevoel is het eigenlijk ook vreemd. Uit onderzoek blijkt dat wij Nederlanders tot één van de gelukkigste volkjes ter wereld behoren. Ik zal met mijn volgende uiteenzetting geen vrienden maken, maar wil toch ook eens een tegengeluid laten horen.

Beginnen wij niet een beetje een zeikvolk te worden? Het kraken is wettelijk verboden, want we hebben er last van. Wat we even vergeten, is dat de kraakbeweging een enorme rijkdom heeft voortgebracht op het gebied van muziek, kunst en theater, maar ook qua ondernemerschap. Maar: weg ermee, we hebben er last van. Volgende: het pasjessysteem voor wiet in Amsterdam. We hebben last van die toeristen. Amsterdam moet weer keurig en calvinistisch, maatregel op maatregel omdat wij burgers overal last van hebben. Een tijdje geleden stond er een Haagse meneer in NOVA te foeteren op het feit dat op het plein tegenover hem, in een Vinexlocatie, een peuterspeelzaal was gebouwd. Die kinderen spelen verdorie een uurtje buiten en maken lawaai. Verschrikkelijk! Hij was een actie gestart. Kinderen tussen twee en vier jaar die plezier hebben; godbetere!

Er hoeft maar iets te gebeuren dat de burger niet zint en hij schreeuwt moord en brand. De media duikt erop en bestuurders, burgemeesters en ministers raken in paniek en verzinnen nog meer regels ter voorkoming. Ook in ons werk merk ik dat van ons zaken worden verwacht waarvan ik denk: ‘Ja hallo, los dat lekker zelf op’. Dus vraag ik mij weleens hardop af of de Nederlander geen zeikerd aan het worden is? En dat meen ik. Mensen in het land laten zich door angst en anti-islamgevoelens leiden in hun stemgedrag, terwijl er in een straal van vijftig kilometer geen moslim te vinden is. Hier speelt ongetwijfeld het individualisme, maar ook zeker het egoïsme, van de burger een rol; ik en dan een hele tijd niets. Dit is zeker niet goed voor het klimaat van samenleven. Angst, vooroordelen en achterdocht zijn vaak het fundament voor problemen in buurten en wijken. Als wij niet oppassen, dendert dit in sneltreinvaart door.

Eigenlijk droom ik van een staatsman, groot met sonore stem, een rechtvaardig vadertype zeg maar, zo’n no-nonsense man die ons op ons gedrag aanspreekt en niet meegaat in het populisme. Een die ons terechtwijst en zegt: ‘En nu is het uit met dat gezeik van jullie. Doe even normaal’.

Dik Hooimeijer (1954) is binnen Stichting MOOI, een welzijnsorganisatie in Den Haag en Zoetermeer, onder meer verantwoordelijk voor Marketing, Innovatie en Projecten. Sinds 1975 is hij werkzaam in de welzijnssector. Hij noemt zichzelf een absoluut welzijnsdier, maar is ook een oprecht criticaster. Naar zijn oordeel is welzijn te weinig innovatief en speelt het niet in op de tijdgeest.

Bron: Zorg & Welzijn 22 november 2010

dinsdag 16 november 2010

Burger tevreden over de WMO, maar het kan beter

SGBO bracht onlangs de publicatie ‘Hoe klanten en burgers de Wmo ervaren’ uit. Hierin staan de resultaten van 300 tevredenheidsonderzoeken onder burgers over de Wmo. De scootmobiel doet het goed, het vrijwilligerswerk is in opmars. Maar het kan nog beter.

De 300 tevredenheidsonderzoeken Wmo over 2009 zijn gedaan in 347 gemeenten. Ze waren gericht op de negen prestatievelden van de Wmo: leefbaarheid en sociale samenhang, ondersteuning jeugd, loket, mantelzorg en vrijwilligers, bevorderen deelname, individuele voorzieningen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingsbeleid. Uit de onderzoeken blijkt volgens SGBO dat cliënten bang zijn dat uiting geven aan ontevredenheid consequenties heeft voor de ondersteuning. Voor een compleet beeld was daarom een combinatie van kwantitatief onderzoek (schriftelijke vragenlijsten) en kwalitatief onderzoek (interviews) nodig.

Eenzaam
Van alle respondenten zegt 2,5 procent zich vaak eenzaam te voelen, ruim een kwart soms. Van de autochtonen voelt 84 procent zich bijna nooit eenzaam, tegen 23 procent van de allochtonen. 
Van alle prestatievelden blijkt het het moeilijkst om grip te krijgen op de doelgroepen van de maatschappelijke opvang (prestatieveld 7), de oggz (8) en de verslavingszorg (9). Deze kwetsbare mensen zijn soms moeilijk te bereiken. Volgens SGBO moeten gemeenten investeren in samenwerking met professionals binnen deze velden.

Huishoudelijke zorg
Bij de huishoudelijke zorg lijkt het daarentegen erg goed te gaan, afgaande op het rapportcijfer: cliënten geven gemiddeld een 7,8. Wel is er behoefte aan meer uitleg bij de aanvraagprocedures. Opvallend is dat het aantal cliënten dat een pgb voor huishoudelijke hulp heeft, daalt: van 27 procent in 2008 naar 21 procent in 2009. SGBO geeft als mogelijke verklaring dat de uitvoering van een pgb als ingewikkeld wordt ervaren. Ook het gebruik van collectief vervoer daalde, en wel van 51 procent (2008) naar 40 procent (2009).

Scootmobiel
De scootmobiel doet het goed. Van de gebruikers is 93 procent (zeer) tevreden over de dienstverlening van de leverancier en 88 procent (zeer) tevreden over de kwaliteit van de scootmobiel. Andere opvallende resultaten zijn dat het vrijwilligerswerk in opmars is (van 38,3 naar 46%) en dat mantelzorg steeds bekender wordt. Tegelijk ervaren mantelzorgers vaker overbelasting. Respijtzorg is een goede manier om mantelzorgers te ondersteunen, benadrukt SGBO.

Aanbevelingen
De belangrijkste aanbevelingen voor gemeenten zijn: meer uitleg van procedures, meer duidelijkheid over klachtenprocedures en betere regie van en betere samenwerking met professionals. Meer uitleg van procedures is nodig om cliënten duidelijker te maken wat ze kunnen verwachten. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de reden waarom iemand wel of niet in aanmerking komt voor een voorziening, welke organisaties welke activiteiten aanbieden en hoelang het duurt voordat iemand een voorziening krijgt.

Betere communicatie 
Om meer duidelijkheid over klachtenprocedures te scheppen, moeten gemeenten beter met cliënten communiceren. Klachten komen vaak niet bij de gemeente terecht. Daardoor denkt die soms dat ‘alles goed gaat’. Investeren in de relatie met professionals is, tot slot, noodzakelijk omdat zij over informatie beschikken die gemeenten helpt het aanbod goed aan te laten sluiten op de klant, aldus SGBO.

Link: Hoe klanten en burgers de Wmo ervaren. Resultaten tevredenheidsonderzoeken Wmo over 2009

Bron: Zorg & Welzijn 4 november 2010

dinsdag 12 oktober 2010

Rutte heeft zijn rijkeluiskabinet

VVD-er Rutte heeft zijn rijkeluiskabinet: de villabewoner uit Aerdenhout ontspringt de dans, de wijkagent uit de Leidsche Rijn mag de rekening betalen. De lage en middenin­ko­mens draaien op voor de tekorten van de overheid: iedereen beneden de 50.000 eu­ro gaat er op achteruit. De hoge inkomens worden ontzien. Het kabinet Rutte-Verha­gen bezuinigt 18 miljard en schaadt zo de economie eerder dan dat het bijdraagt aan her­stel. Dat zegt de FNV in een eerste reactie op het regeerakkoord van het aanstaan­de kabinet.

Nederlands grootste vakcentrale maakt zich grote zorgen over de groeiende verdeeldheid in de sa­men­leving. De komst van het kabinet Rutte zal dat alleen maar versterken. Agnes Jongerius: ” Door allerlei voorgenomen maatregelen dreigen groepen nog verder uit elkaar gespeeld te worden.”

Volgens de FNV-voorzitter gaat er sociaal gezien een gure wind waaien: De ambtenarensalarissen gaan op nul. Bijstand, Sociale Werkvoorziening en de wet voor jong gehandicapten (Wajong) worden uitgekleed. De uitkeringen worden sluipenderwijs toch verlaagd. En op de kinderopvang wordt fors bezuinigd.

Jongerius: ‘Hoewel Rutte zegt dat het belangrijk is om de sociale partners te volgen in de voorstellen rond de pensioenen en de AOW, is het regeerakkoord zeer onhelder. Wannéér wordt de AOW ver­hoogd naar 66? Waarom wordt geen geld opgenomen voor het aanpassen van de AOW aan de echte welvaartsstijging? Rutte maakt een slechte beurt.”

Agnes Jongerius: “Over wat ik vandaag heb vernomen, ben ik zeer verontrust. Wat gaat er gebeuren in ons land. Wordt het dialoog en draagvlak? Of wordt het drammen en doordrukken? We zullen Rutte en zijn maatjes stap voor stap blijven volgen."

woensdag 6 oktober 2010

Utrecht ongerust over plannen kabinet rondom immigratie

De gemeente Utrecht heeft grote bezwaren tegen de plannen van het aanstaande kabinet op het gebied van immigratie en inburgering. Door de eisen op te schroeven komen veel meer mensen in een isolement, vreest de gemeente Utrecht.

Het kabinet van CDA en VVD met een gedogende PVV wil onder andere migranten en asielzoekers veel meer verantwoordelijkheid geven. Zo moeten ze zelf opdraaien voor de kosten om in te burgeren. Wel komt er een sociaal leenstelsel voor zij die de inburgering niet kunnen betalen, maar de lening moet wel worden terugbetaald. ‘Veel asielzoekers gaat het gewoon niet lukken om in te burgeren. Hoe graag ze ook willen, ze hebben het geld niet en komen dus in een isolement’, aldus een woordvoerder van de gemeente Utrecht.

Kortingen
Tegelijk bezuinigt het huidige demissionaire kabinet al fors op inburgering. Kortingen lopen op van 100 miljoen euro in 2011 tot 333 miljoen euro in 2014. In het regeerakkoord van CDA en VVD worden nog meer bezuinigingen op subsidies van de rijksoverheid op het gebied van integratie aangekondigd. ‘Dat sloopt de inburgering’, aldus de gemeente Utrecht. ‘Taalachterstanden worden groter en de kansen op werk voor hen kleiner. Terwijl we net het beleid op de rit kregen.’

Uitzetbeleid
De kans is groot dat, als de plannen doorgaan, veel meer asielzoekers en migranten naar hun land van herkomst terug moeten. In het akkoord staat namelijk onder andere dat het terugkeer- en uitzetbeleid aangescherpt wordt. En dat ‘uitzetting van strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen eerder en vaker plaatsvindt.’ Maar het regeerakkoord maakt niet helder wie de uitzetting moet regelen en hoe dat specifiek moet gebeuren. De gemeente Utrecht gaat ervan uit dat in ieder geval niet de gemeenten daarvoor moeten opdraaien. ‘Het lijkt ons logisch als het Rijk die taak houdt.’

Kloof
Ondanks dat CDA en VVD met gedoogsteun van de PVV een Kamermeerderheid van 76 zetels hebben, hoopt de gemeente Utrecht dat de Tweede Kamer de plannen rondom immigratie en inburgering afwijst. ‘Het zou een zeer slechte zaak zijn als deze maatregelen uitgevoerd worden. Dat vergroot de kloof, terwijl de mensen die hiermee getroffen worden heel belangrijk zijn, ook al omdat we steeds meer handen aan het bed nodig hebben.’


Bron: Zorg & Welzijn 6 oktober 2010

woensdag 29 september 2010

Ontevredenheid in volkswijk over allochtonen: 'De overheid doet niets'

De overheid doet niets aan problemen in de samenleving en heeft er geen idee van hoe de 'gewone' man leeft. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van Forum naar de onvrede van autochtonen over de multiculturele samenleving. De onvrede is groot: 'De Nederlanders werken hard en de Marokkanen maken het op.'

Pessimisten, racisten en aanhangers van Geert Wilders. Zo wordt de autochtone Nederlander die geen vertrouwen heef tin de multi-etnische samenleving vaak neergezet. Hoe het komt dat zij zo ontevreden zijn? Daar wordt volgens Sadik Harchaoui, directeur van Forum, aan voorbij gegaan. Het gesprek met deze burger wordt niet aangegaan. Reden genoeg voor een onderzoek naar wat 'boze autochtone burgers' vinden van nieuwe Nederlanders en de overheid.

Aanleiding
Dinsdag 28 september 2010 werd het onderzoek 'Een vreemde in eigen land' gepresenteerd. De onderzoekers van het Verwey-Jonkerinstituut bekeken in opdracht van Forum de vormen van maatschappelijke ontevredenheid en de aanleiding hiervan. Zij interviewden autochtone burgers uit verschillende volkswijken in Utrecht, Eindhoven, Venlo en Zoetermeer. Ook werden voorbijgangers op straat aangesproken.

Negativiteit
Veel bewoners zijn best tevreden over hun eigen leven. Maar over hun buurt zijn ze vaak negatief. Oorzaken daarvan zijn de veranderde samenstelling van de buurt, waardoor de autochtone bewoner zich in zijn eigen buurt niet meer thuisvoelt. De ellende wordt toegeschreven aan allochtone nieuwkomers in de buurt én de 'falende' overheid.

Frustratie
De reacties op de multi-etnische samenleving zijn pittig. 'De allochtonen komen hier als gast en krijgen van alles, want ze zijn zogenaamd zielig. De Nederlanders werken hard en de Marokkanen maken het op', zegt een bewoner uit de Utrechtse Sterrenwijk. Er onstaat frustratie als allochtone bewoners aandacht van de overheid krijgen in buurten waar ook autochtone bewoners het niet breed hebben. 'Zij krijgen voordelen, waarom wij niet?'

Burgerparticipatie
Opvallend is de afstand tussen de autochtone burger en de overheid, stellen de onderzoekers. De overheid is de grote schuldige van alle problemen, 'doet niets' en heeft bovendien 'geen idee''hoe de gewone man leeft. De bewoners zien de overheid zelfs als de vijand. Dit is een grote belemmering voor burgerparticipatie. 'Er wordt vaak iets toegezegd wat niet kan worden waargemaakt. Die frustratie, vooral richting de gemeente, is het grootst', zegt een geïnterviewde professional uit Eindhoven.

Poort
Wat betreft de oplossingen zijn bewoners onverbiddelijk: strenger straffen, strenger beleid aan de poort en meer spreiding van allochtonen. De onderzoekers stellen: 'De respondenten ontwikkelen een grote woede tegen immigranten. Zij voelen zich verraden door de politiek die geen paal en perk stelt aan "onaangepast gedrag" van allochtonen.'

Sentiment
Gevoelens van achterstelling, niet gehoord worden en tekortschieten, zorgen voor een enorme kloof die niet zo snel is te dichten, stellen de onderzoekers. Zij geven eerlijk toe niet te weten hoe dat zou moeten. 'Het belang van dit rapport is dat op serieuze wijze aandacht is besteed aan sentimenten in de samenleving, waarvan de intensiteit misschien nog wel de grootste ontdekking is.'


Bron: Zorg & Welzijn, 29 september 2010

dinsdag 7 september 2010

Inburgeringsplicht Turken

Minister Van Middelkoop voor Wonen, Wijken in Integratie en de gemeenten Rotterdam en Vlaardingen tekenen hoger beroep aan tegen de uitspraken van de rechtbank in Rotterdam, die oordeelde dat twee Turkse inwoners van deze twee gemeenten niet verplicht kunnen worden om in te burgeren.

In een uitspraak op 12 augustus jl. stelde de Rechtbank Rotterdam dat Turkse inwoners met een verblijfsvergunning niet verplicht hoeven inburgeren. Volgens rechtbank zou het niet geoorloofd zijn met betrekking tot de inburgeringsplicht onderscheid te maken tussen Turkse onderdanen en EU-onderdanen. Bovendien zou de inburgeringsplicht betrokkenen beperken bij de toegang tot werk.

De minister en de gemeenten zijn het daarmee niet eens. Zij zijn van mening dat inburgering Turkse inwoners juist helpt om te kunnen werken en meedoen in Nederland. Door deze uitspraak kan juridische onduidelijkheid ontstaan over de verplichting tot inburgering van Turkse inwoners die permanent in Nederland willen blijven of die nog geen Nederlander zijn.

De rechterlijke uitspraak vormt volgens de minister echter geen aanleiding voor gemeenten te stoppen met de uitvoering van de Wet inburgering voor Turkse inwoners of om terug te komen op eerder genomen beslissingen. Los daarvan zouden de Turken zichzelf tekort doen als zij niet zouden inburgeren en het aanbod van een inburgeringscursus van gemeenten zouden afslaan.

Download:

Brief aan gemeenten over inburgeringsplicht Turken (pdf)

Bron: Min. VROM, Nieuwsbrief Inburgering nummer 25

150 Miljoen bezuinigen op PGB zet gemeenten klem

De belangenvereniging van budgethouders, Per Saldo, maakt zich ernstige zorgen over de bezuiniging van 150 miljoen euro op de pgb's. ‘Óf de tarieven gaan omlaag en mensen krijgen minder geld om zorg in te kopen, óf gemeenten moeten de toegang tot de zorg beperken.’

Volgens Per Saldo, de belangenvereniging van mensen met een pgb, leiden bezuinigingen op het pgb tot een verschraling van de zorg. Vorig jaar gaven gemeenten 251 miljoen euro uit aan pgb’s. ‘Gaat daar 150 miljoen vanaf, dan daalt het budget ruim onder het niveau uit van 5 jaar geleden. Dat is niet uit te leggen’, zegt Stans Damen, woordvoerder van Per Saldo op de website van Binnenlands Bestuur.

Het kabinet wil het geld voor persoonsgebonden budgetten (pgb’s) in de thuiszorg meer dan halveren. Gemeenten kunnen mensen geen pgb weigeren. Het tarief voor huishoudelijke hulp kan ook niet lager dan het nu is. Gemeenten worden door de overheid zo feitelijk gedwongen de toegang tot zorg moeilijker maken. Stans Damen: ‘De enige andere mogelijkheid die gemeenten dan hebben om met minder budget rond te komen, is om de toegang tot de zorg en dus ook tot de pgb’s moeilijker te maken.’

Volgens Binnenlands Bestuur is het onduidelijk waarom het kabinet op de pgb’s wil bezuinigen. Uit een onderzoek van bureau Cebeon zou blijken dat een dergelijke bezuiniging mogelijk is. Maar dat onderzoek wil het ministerie van Binnenlandse Zaken niet openbaar maken.

In september onderhandelt het kabinet met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over de bezuiniging. Om die onderhandelingen niet te beïnvloeden wordt geen nadere toelichting gegeven. Een woordvoerder van Binnenlandse Zaken wijst er op dat het Centraal Planbureau al jaren aangeeft dat het uitgavenbedrag voor pgb’s ‘betrekkelijk onzeker’ is en dat onduidelijk is welke zorg voor dat bedrag precies wordt ingekocht.

Bron: Zorg @ Welzijn, 6 september 2010

maandag 14 juni 2010

Kanaleneiland: dweilen met de kraan open

Welzijnsdirecteur Heinz Schiller stelde vorig jaar in de Volkskrant dat het welzijnswerk in Kanaleneiland nauwelijks zoden aan de dijk zet. Niet welzijnswerk, maar beter onderwijs, ouderbetrokkenheid, werk en herstructurering helpen de bewoners vooruit. ‘Het welzijn is niet de spil.’

In zijn boek De kunst van het stijgen. Over sociale mobiliteit en welzijnswerk dat er toe doet onderbouwt Heinz Schiller zijn ideeën. Volgens hem schieten veel vernieuwingsprojecten op Kanaleneiland hun doel voorbij, omdat ze niet gericht zijn op verbetering van de maatschappelijke positie van bewoners. Het streven naar sociale cohesie in de Vogelaar-aanpak werkt volgens hem averechts: het bevestigt eerder de achterstand, dan dat het die doorbreekt. Dagvullend onderwijs, grotere ouderbetrokkenheid en werkende moeders die het goede voorbeeld geven, leveren meer op, zegt hij. Het welzijnswerk zou zich dan ook moeten beperken tot het versterken van ouderbetrokkenheid en individuele hulpverlening. Hij verwijst naar de Amerikaanse Harlem Children’s Zone waar docenten, sociaal werkers, ouders en vrijwilligers zich gezamenlijk inzetten voor een succesvolle schoolloopbaan van kinderen.

U constateerde vorig jaar dat het welzijnswerk in Kanaleneiland zijn stinkende best doet, maar dat het niet helpt. Welke resultaten boekt u dan wel?
‘Mijn kritiek in de Volkskrant ging over de aanpak van achterstand. Hoe kun je dat probleem in Kanaleneiland met succes te lijf gaan? Daar speelt niet alleen het welzijnswerk een rol in. En dat kan de achterstand ook niet oplossen. Het is weinig effectief. Volgens mij komt dat omdat we niet kunnen of willen focussen op de kern van de problemen. Neem de voorscholen (vaak een combinatie van peuterspeelzaal en basisschool, met taalprogramma’s voor kinderen en ouders, red.). Uit onderzoek blijkt dat we dat heel goed doen. Maar we weten niet zeker of het helpt. Tegelijkertijd bereiken we maar 40 procent van de kinderen in Kanaleneiland die vanwege een taal- of ontwikkelingsachterstand op een voorschool zouden moeten zitten. Pas als we 80 procent van die kinderen bereiken, maken we verschil.’

Maar wat brengt het welzijnswerk verder?
‘Van wat we doen, doen we 80 procent heel goed. Voorscholen, allerlei diensten, maatschappelijk werk, sociaalraadsliedenwerk, ouderenadviseurs, schuldhulp, jeugdhulpverlening. Die diensten draaien perfect en worden hoog gewaardeerd. Maar daarmee los je de achterstand niet op. We zijn constant bezig steeds weer dezelfde vragen te beantwoorden. De wijk reproduceert achterstand, daar kom je niet doorheen. Vanuit dat perspectief zijn we met individuele diensten aan het dweilen met de kraan open. Wat kan het welzijnswerk aan de kraan doen? Daar ben ik heel bescheiden over.’

Bron: Zorg en Welzijn, 10 juni 2010

vrijdag 21 mei 2010

Lang wachten op schuldhulp in Utrecht

Inwoners van Utrecht die schuldhulp nodig hebben, moeten 12 weken wachten op een intakegesprek. Dat is veel meer dan het landelijke gemiddelde.

Dit blijkt uit de antwoorden van het college van burgemeester en wethouders op vragen van de PvdA-frac­tie. De landelijke wachttijd is gemiddeld 32 dagen. In de 4 grote gemeenten is dit 43 dagen. Met 84 dagen is de wachttijd in de gemeente Utrecht bijna dubbel zo lang.

Inwoners van de gemeente Utrecht kunnen zich sinds eind maart melden op een spreekuur. In een half uur wordt vervolgens bepaald of financieel advies toereikend is of dat echt schuldhulpverlening nodig is.

In dit laatste geval volgt een intakegesprek. Hierin wordt de exacte situatie bepaald en wordt gekeken wat no­dig is. Dit is echter pas na 12 weken. Het open spreekuur moet volgens de gemeente helpen de wachttijd te verkorten.

Onlangs zette senior adviseur bij Hiemstra & De Vries Nadja Jungmann op Gemeente.nu nog uiteen wel­ke belangrijke taak de gemeenteraden wacht in relatie tot het wetsvoorstel gemeentelijke schuld­hulp­verlening

dinsdag 11 mei 2010

FNV onderzoekt tevredenheid van gebruikers over contractvervoer

De FNV start een grootschalig onderzoek naar de tevredenheid van gebruikers van contractvervoer over de kwaliteit van het vervoer. Contractvervoer is een verzamelnaam voor het WMO-vervoer, het vervoer van ouderen of gehandicapten en kinderen die in het speciaal onderwijs zitten. De FNV roept al haar leden die gebruik maken van of te maken hebben met contractvervoer mee te werken aan de enquête.

De enquête kan vanaf 1 mei online worden ingevuld op

www.contractvervoermeter.nl

Ook worden er lokaal enquêtes uitgezet via de lokale afdelingen van de FNV, van FNV Bondgenoten en van ANBO. 


In 2008 maakte FNV Bondgenoten samen met de CG-raad en ANBO al een zwartboek met klachten over het contractvervoer. De politiek schrok toen erg van de inhoud van de klachten en gaf de betrokken ministers en staatssecretarissen opdracht om met oplossingen voor de problemen te komen. Dat heeft onder andere geleid tot handboeken met eisen waar aanbesteding aan moet voldoen. 
Maar die handboeken zijn geen wetgeving. De vraag is dan ook of aanbestedende partijen als gemeentes nu betere kwaliteit leveren. Met dit nieuwe onderzoek wil de FNV daar zicht op krijgen.


Peter Gortzak, vice-voorzitter FNV Vakcentrale: "De afgelopen jaren is vooral vanuit kostenoverweging het marktdenken leidend geweest in het besloten taxivervoer. Dit mag natuurlijk niet het enige criterium zijn om de kwaliteit van het taxivervoer vast te stellen. De belangen van werknemers en klanten zijn minstens zo belangrijk. Vandaar dit onderzoek. Wij zijn zeer benieuwd naar de ervaringen van mensen die van dit vervoer afhankelijk zijn".

De enquête loopt van mei tot en met augustus 2010. De verkregen gegevens worden in het najaar verwerkt tot een rapport met aanbevelingen, dat we in november of december gaan aanbieden aan de Tweede Kamer-commissies van Verkeer & Waterstaat, Volksgezondheid, Welzijn & Milieu en Onderwijs en aan de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

dinsdag 9 maart 2010

VNG wil regie over re-integratie vanuit uitkering

Er moet één aanpak komen voor re-integratie van alle mensen met een uitkering. Dat maakt de sociale voorzieningen effectiever en goedkoper. De gemeente krijgt daarover de regie. Dat stelt de Vereniging Nederlandse Gemeenten in een advies.

Het indelen van burgers naar afzonderlijke doelgroepen en regelingen, met elk een eigen re-integratie aanpak, financiële potjes en verschillende uitvoeringsinstanties, is volgens de VNG inefficiënt. De gemeentekoepel wil dat gemeenten zelf de re-integratie voor alle doelgroepen gaan uitvoeren.

‘Door verschillende taken die gemeenten al uitvoeren - zoals schuldhulpverlening en inburgering - te combineren met voorzieningen uit de Wmo en de bijzondere bijstand, kunnen mensen met succes terugkeren op de arbeidsmarkt.’ Aldus de VNG in het advies aan de parlementaire werkgroep die moet bekijken hoe er structureel 35 miljoen euro bezuinigd kan worden.

Sociale voorzieningen en sociale zekerheid kennen veel verschillende regelingen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt: WSW, WAJONG, WW, WIA, WWB, WIJ. Dat leidt volgens de VNG tot extra werk, lange procedures, een onduidelijke taakverdeling bij allerlei organisaties en veel onbegrip bij burgers. ‘Het kan eenvoudiger en voordeliger door meer verantwoordelijkheden neer te leggen bij gemeenten en de Werkpleinen (samenwerking tussen gemeente, re-integratiebedrijven en UWV, red.). Zij zijn in staat om deze mensen via een integrale aanpak te helpen.’

'Het gaat er om dat we als gemeenten aan de burgers perspectief bieden door één aanpak voor de re-integratie,' zegt Hans Spigt, voorzitter van de commissie Werk en Inkomen van de VNG. 'Die aanpak willen we uitvoeren. We willen niet de uitvoering van alle inkomensregelingen met bijbehorende claimbeoordeling. Daarom is het zo belangrijk om in de regio samen te werken en van het Werkplein de toegangspoort tot de arbeidsmarkt te maken.'

Om de re-integratie in één aanpak te gieten, moeten verschillende wetten en regelingen worden gestroomlijnd, aldus de VNG. De gemeentekoepel wil dat werkgevers het eerste halfjaar verantwoordelijk zijn voor de Werkloosheidswet (WW). ‘Er zijn betere financiële prikkels in het systeem nodig. Wie na enige tijd WW niet in staat is gebleken op eigen kracht terug te keren naar regulier werk, heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt opgebouwd. Dan kan de betrokkene een beroep doen op hulp van gemeenten.’

De VNG adviseert om te werken aan één administratie en één ICT-systeem voor alle uitkeringen. Verder wil de VNG 30 arbeidsmarktregio’s organiseren, waarin gemeenten en partners samenwerken in het Werkplein. Gemeenten en UWV maken een jaarplan voor het Werkplein. De wethouder van de centrumgemeente stuurt het Werkplein aan.


Bron: Zorg en Welzijn

donderdag 4 maart 2010

Voorlopige uitslag gemeenteraadsverkiezingen Utrecht 3-3-2010

Deze voorlopige einduitslag is gebaseerd op de getelde stemmen van alle 172 stembureaus. De opkomst is 52,5%. De definitieve einduitslag, inclusief voorkeurstemmen en zetelverdeling is vrijdagochtend rond 10.30 uur bekend.

Voorlopige einduitslag

Voorlopige zetelverdeling



dinsdag 2 maart 2010

WMO moeilijk voor ggz-cliënten

De overgrote meerderheid van de gemeenten handelt in de geest van de Wmo en heeft de bedoelingen van de wet omgezet in plannen. Dat is de eerste conclusie uit het evaluatierapport 'Op weg met de Wmo' van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Toch is er ook nog 'werk in uitvoering'. Onder andere mensen met een chronisch psychische aandoening hebben moeite het Wmo-loket te vinden.

Voor de evaluatie van de Wmo, in opdracht van VWS, heeft de SCP bij alle gemeenten de Wmo-coördinatoren bevraagd en onderzoek gedaan onder belangrijke actoren als Wmo-raden en cliëntenorganisaties. Het is niet nieuw dat mensen met een psychische aandoening problemen hebben met het aanvragen van Wmo-voorzieningen. 'Al uit eerder onderzoek blijkt dat zij hun problemen moeilijk voor het voetlicht brengen', legt projectleider Mirjam de Klerk van het SCP uit. 'Loketmedewerkers weten vaak onvoldoende van psychische problematiek. Die is ook niet altijd zichtbaar. Zij kunnen zich bijvoorbeeld moeilijk inleven in iemand met angsten.'

Mensen met psychische aandoeningen haken sneller af als zij allerlei papieren moeten invullen, vervolgt De Klerk. 'Ik kan me zo voorstellen dat zij ook minder snel terugvallen op een sociaal netwerk. Bij ouderen zie je toch vaak dat de kinderen helpen met een aanvraag.' Volgens de projectleider moet je sterk in je schoenen staan bij het Wmo-loket. 'Sommige gemeenten zijn best terughoudend, waardoor deze groep zich snel laat afwimpelen met een formulier.'

Voorzitters van de Wmo-raden geven aan dat in meer dan eenderde van de gemeenten de belangen van mensen met psychische problemen onvoldoende worden behartigd. 'Dat heeft vooral te maken met dat zij zelf niet participeren in Wmo-raden', verklaart De Klerk. 'Er is een voorbeeld waarbij iemand met een verstandelijke beperking samen met een coach deelneemt aan de Wmo-raad. Het kan wel, als de gemeente ervoor open staat.'

Uit het onderzoek blijkt overigens niet dat de Wmo-aanvraag van deze groep vaker zou worden afgewezen dan bij andere hulpvragers, stelt De Klerk. 'Uit de cijfers blijkt niet dat zij stelselmatig worden benadeeld. Het probleem ligt vooral bij de gang naar het Wmo-loket en de aanvraag.'

Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in werking getreden. Een belangrijk doel van de wet is mensen meer te laten meedoen in de maatschappij. Gemeenten dienen mensen die dat nodig hebben, hierbij te ondersteunen. Tijdens de evaluatie is de aandacht vooral uitgegaan naar mensen met een beperking en naar het beleid dat gemeenten voor hen voeren. Worden met de Wmo de doelen van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie bereikt? Hoe geven gemeenten invulling aan de Wmo? Hebben gemeenten de juiste instrumenten om de Wmo uit te voeren? De onderzoekers registreren de meningen en ervaringen van de betrokkenen, maar doen geen aanbevelingen in het evaluatierapport.

Andere belangrijke conclusies uit het evaluatierapport zijn: 13 procent van de mensen met een matige of ernstige lichamelijke beperking heeft behoefte aan meer ondersteuning. Ruim 90 procent van de aanvragen wordt (deels) toegewezen. Het persoonsgebonden budget is lang niet bij alle aanvragers bekend. Gemeenten verstrekken meer voorzieningen als ze meer uitgaan van de vraag van de cliënt. Mantelzorgers zijn onvoldoende op de hoogte van het ondersteuningsaanbod.

Lees hier het evaluatierapport van de Wet maatschappelijke ondersteuning 'Op weg met de Wmo' van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Uit: Zorg en Welzijn

woensdag 17 februari 2010

Presentatie "Hoe sociaal is Utrecht?" (LMWIZ)


Op 16 februari 2010 overhandigde Agnes Jongerius namens FNV-Lokaal-Utrecht het onderzoeksrapport Lokale Monitor Werk, Inkomen en Zorg (LMWIZ) van de FNV aan de burgemeester van Utrecht, Aleid Wolfsen.

In dat rapport werden de volgende vragen onderzocht:

Hoe sociaal is de gemeente Utrecht? Hoe scoort de gemeente in vergelijking met andere gemeenten als het gaat om de aanbesteding van de thuiszorg, het minimabeleid, mensen duurzaam aan het werk helpen en een sociaal inkoopbeleid? Deze vragen onderzocht de FNV bij bijna 200 gemeenten.




Utrecht heeft een behoorlijke score, ruim boven het gemiddelde. De belangrijkste verbeterpunten:

· Duurzame re-integratie: Utrecht volgt mensen nog 6 maanden nadat ze de bijstand hebben verlaten; de FNVvindt dat te kort om duurzame re-integratie te garanderen. Het moet minstens 1 jaar moet zijn;

· Langdurigheidstoeslag: Utrecht hanteert een inkomensgrens van 110%; FNV vindt 120% sociaal;

· Wachttijd bij aanvraag bijstandsuitkering: Utrechtse praktijk is 36,4 dagen; dat is te lang zonder geld;

· bestandskoppeling: in de vorige monitor was er sprake van een koppeling om niet-(meer)bijstandsgerechtigden op te sporen, die mogelijk recht hebben op kwijtschelding;

Op een aantal punten springt Utrecht er juist gunstig uit:

· Maatschappelijk verantwoord aanbesteden: Utrecht voldoet volledig aan FNV-uitgangspunten; en voert hierin een zeer serieus beleid (CAO, gecertificeerde uitzendbureaus, kwaliteitseisen bij aanbesteding, meerjarige contracten, etc.)

· Aanbesteding huishoudelijke zorg: Utrecht hanteert een uurtarief van maximaal € 22,50 dat is hoog in vergelijking met andere gemeenten, zij het dat ABVAKABO FNV heeft berekend dat eigenlijk 24,50 nodig is.


FNV-Lokaal-Utrecht gaat de komende gemeenteraadsverkiezingen in met de drie thema’s:

Wet Maatschappelijke Ondersteuning: de WMO is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. Dat is lang niet voor iedereen even makkelijk. Er is een persoon nodig die pas na huisbezoek de nodige steun in kaart brengt en op elkaar afstemt.

Wet Werk en Bijstand: Duurzame re-integratie in het arbeidsproces, daar wordt iedereen beter en gelukkig van; blijf mensen minimaal een jaar na hun nieuwe start volgen.

Inburgering: werp geen drempels op voor een inburgeringprogramma. Ook moeilijk bereikbare groepen buitenlanders moeten met ons mee kunnen doen.

Het totale rapport Lokale Monitor Werk Inkomen en Zorg is na vandaag integraal te vinden op de website van de FNV-vakcentrale: www.fnv.nl/lokaal

FNV lokaal Utrecht, utrecht@fnvlokaal.nl


dinsdag 16 februari 2010

Gemeenten hanteren te lage tarieven thuiszorg

Goede kwaliteit van zorg kost minstens 24,50 euro per uur, zegt vakbond Abvakabo FNV. Slechts 28 gemeenten hanteren een tarief van ten minste 22 euro. Dat blijkt uit een jaarlijks rapport van Abvakabo FNV. 'Een grote meerderheid van de gemeenten wil nog altijd voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.'

Volgens Abvakabo hebben de te lage tarieven die gemeenten hanteren de positie van de werknemers en de kwaliteit van de zorg sterk achteruit doen gaan. Ontslaggolven bij thuiszorgorganisaties, die geen kwalitatieve huishoudelijke hulp kunnen leveren voor de gestelde bedragen, zijn het gevolg. Cliënten, veelal ouderen, hebben hun vertrouwde hulp verloren. Ook zijn schoonmaakbedrijven op de zorgmarkt verschenen, bij wie de signaleringsfunctie vaak ontbreekt.

In dit onderzoek, waaraan 196 gemeenten hebben meegewerkt, is gevraagd naar de maximumtarieven die gemeenten aanhouden. Uit de resultaten blijkt dat slechts 28 gemeenten (14,3 procent) een maximumtarief van minstens € 22,- voor huishoudelijke hulp hanteren. Dat is de minimale vergoeding voor huishoudelijke hulp, volgens een onderzoek van Price Waterhouce en Coopers. De FNV Vakcentrale doet jaarlijks onderzoek naar het beleid van gemeenten in haar Lokale Monitor Werk, Inkomen en Zorg. De resultaten van de monitor worden dinsdag 16 februari op verschillende locaties in Nederland gepresenteerd.

De meeste gemeenten geven aan dat er geen schoonmaakbedrijven zijn betrokken bij de uitvoering van de huishoudelijke hulp (82,4 procent). 10 gemeenten hebben wel direct met een schoonmaakbedrijf een contract afgesloten. 8 gemeenten geven aan dat zij wel thuiszorginstellingen hebben gecontracteerd, maar die hebben vervolgens een deel van het werk via onderaanneming aan schoonmaakbedrijven doorgecontracteerd.

Een prijzenslag levert op de korte termijn wellicht een voordeel op voor de gemeenten, maar op de langere termijn pakt het funest uit voor zowel het personeel in de zorg als de mensen die afhankelijk zijn van thuiszorg. Slechts 44,8 procent van de gemeenten heeft criteria ten aanzien van fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden in het bestek opgenomen. Uit de resultaten blijkt dat gemeenten weinig aandacht hebben voor de positie van flexwerkers; slechts 6 gemeenten (4,5 procent) hebben in dit verband criteria opgenomen. 11,9 procent van de gemeenten heeft geen kwaliteitseisen in het bestek opgenomen.

donderdag 11 februari 2010

Gemeente moet kwetsbare groepen blijven betrekken bij WMO

Hoe bereik je kwetsbare groepen beter bij de vormgeving van Wmo-beleid? Die vraag stond actueel tijdens de bijeenkomst van het Kennisprogramma Cliëntenparticipatie van MOVISIE op 9 februari. ‘Het is belangrijk dat de stem van de cliënten gehoord wordt door gemeenten’, zegt Karin Sok. ‘En juist ook die van groepen die het ingewikkeld vinden om voor Wmo-hulp aan de bel te trekken.’

Veel gemeenten proberen bij een Wmo-raad advies in te winnen over hoe zijn de ondersteuning ervaren en of deze wel aansluit bij de behoeften. ‘In deze raden zijn vaak de ouderen en de mensen met een lichamelijke beperking goed vertegenwoordigd’, legt Sok uit. ‘Dat zijn groepen, die over het algemeen goed georganiseerde belangenbehartigers hebben. Allochtonen, jongeren en mantelzorgers zijn moeilijker erbij te betrekken.’

Cliëntenorganisaties gaven tijdens de bijeenkomst aan dat de gemeenten op de moeilijk te bereiken groepen af moeten gaan. Sok: ‘Zij vinden het niet voldoende om te zeggen: “Alle stukken van de Wmo-raad zijn openbaar voor iedereen.” Het kost veel energie, maar je moet als gemeenten naar de plekken toe waar deze mensen zijn.’ De verantwoordelijkheid ligt bij de gemeente, volgens Sok, en die heeft daar nog een slag te maken.

Blijven proberen!’, zo luidt het advies. Door mensen uit verschillende groepen rond de tafel te krijgen, verbreed je het perspectief van de Wmo, stelt Sok. ‘Het is moeilijk, maar je kunt bijvoorbeeld ook mensen met een verstandelijke beperking bij het Wmo-beleid betrekken.’ Sommigen hebben een coach die hen hierin ondersteunt, maar ook andere aanpassingen kunnen ervoor zorgen dat iemand met een beperking mee kan denken: duidelijke samenvattingen van nota’s of een groter lettertype. Overigens niet alleen handig voor mensen met een verstandelijke beperking.

Ook is de discussie gaande over de rol van de Wmo-raad. ‘Kan deze meebeslissen in de ontwikkeling van het beleid, of heeft de raad alleen een adviserende rol? Vraagt dat misschien om een andere samenstelling? En moet je dat wel willen?’, zegt Sok. De Wmo-raad is een belangrijke schakel tussen het Wmo-beleid en de cliënten, maar moet niet de enige zijn, vindt Sok. ‘Als de gemeente meer in contact komt met de moeilijk bereikbare groepen, voelen zij zich ook gehoord en hoeven zij misschien niet per definitie in een Wmo-raad.’

Niet op de laatste plaats liggen er nog knelpunten bij het vrijwilligersmanagement als het gaat om Wmo-beleidsparticipatie. ‘In de Wmo-raad zitten vrijwilligers. Maar hoe werf je hen? Hoe begeleid je hen? Goed zorgen voor je vrijwilligers is belangrijk om ze te behouden. Op het terrein van beleidsparticipatie weet de gemeente hier nog niet genoeg.’ Mantelzorgers bijvoorbeeld, zijn al zwaar belast en hebben geen tijd om iedere week stukken te lezen. Betrek ook deze groep en laat ze meedenken over de WMO.

bron: Zorg & Welzijn

maandag 1 februari 2010

FNV-Lokaal-Utrecht nodigt u uit

Hoe sociaal is de gemeente Utrecht? Hoe scoort de gemeente in vergelijking met andere gemeenten als het gaat om de aanbesteding van de thuiszorg, het minimabeleid, mensen duurzaam aan het werk helpen en een sociaal inkoopbeleid?

Deze vragen onderzocht de FNV bij bijna 200 gemeenten. De resultaten zijn samengevat in de Lokale Monitor Werk, Inkomen en Zorg (LMWIZ).

Deze monitor wordt overhandigd door Agnes Jongerius, voorzitter van de FNV-vakcentrale, aan Aleid Wolfsen, burgemeester van Utrecht. Daarna zal er op de resultaten van de gemeente Utrecht ingegaan worden. Alle politieke partijen in de gemeenteraad van Utrecht zijn uitgenodigd om te reageren.

Graag nodigen wij u uit om hierbij aanwezig te zijn en aan deze discussie met de lokale politiek deel te nemen. Zeker in deze tijd van gemeenteraadsverkiezingen is het van groot belang om uw mening te laten horen.

De uitreiking van de Lokale Monitor vindt op dinsdag 16 februari 2010 plaats in het stadhuis van Utrecht.

Het programma ziet er als volgt uit:

· Opening door de voorzitter, Rien van Viegen, FNV-Lokaal-Utrecht

· Toelichting op de landelijke rapportage door Rien van Viegen

· Toelichting op de rapportage van de gemeente Utrecht door Agnes Jongerius

· Overhandiging van de rapportage door Agnes Jongerius aan Aleid Wolfsen

· Discussie met vertegenwoordigers van de politieke partijen, FNV-leden, maatschappelijke organisaties en overige aanwezigen

· Sluiting.

U wordt van harte uitgenodigd deze bijeenkomst deel te nemen. Laat even weten of u aanwezig wilt zijn; u kunt gebruik maken van het e-mailadres: utrecht@fnvlokaal.nl

Het begint om 16.30 uur (zaal open om 16.15 uur).

Het adres van het stadhuis is:

Korte Minrebroederstraat 2, 3512 GG Utrecht


Tot ziens,

FNV lokaal Utrecht

Wim Deijkers, 06-51006551

maandag 11 januari 2010

Marktwerking bij Inburgering mislukt

De marktwerking in de inburgeringscursussen is nadelig voor reguliere onderwijsinstellingen. ‘Nieuwe aanbieders concurreren door minder uren les te geven, grotere klassen en goedkoper personeel. Het onderwijs lijdt daar onder, cursisten en leraren worden de dupe’, zegt bestuurder Gerrit Stemerding van de Algemene Onderwijsbond (AOb)

Stemerding doet zijn uitspraken naar aanleiding van een rapport over de marktwerking in het inburgeringsonderwijs. Het rapport van onderzoeksbureau Regioplan is donderdag verschenen. Hieruit blijkt dat door de marktwerking honderden banen op de tocht staan bij de regionale opleidingscentra (ROC’s).

Banen op de tocht
De AOb wijst op de situatie bij de Rotterdamse ROC’s Zadkine en Albeda College. De gemeente Rotterdam wijst maar een handvol cursussen toe aan reguliere onderwijsinstellingen. 'Alleen al bij Zadkine staan de komende drie jaar 250 formatieplaatsen op de tocht', aldus de onderwijsbond.

Grote groepen
Bij de aanbesteding van cursussen weegt de prijs van een cursus te zwaar, menen de samenstellers van het rapport. 'Cursisten krijgen sinds de invoering van marktwerking minder uren les in grotere groepen. Verder is door administratieve problemen het aantal inburgeraars afgenomen.' De AOb noemt de invoering van de marktwerking in de inburgeringscursussen een 'mislukt experiment'. 'Het bewijst dat markt en publiek onderwijs niet samengaan.'

Bron: Zorg en Welzijn