woensdag 26 januari 2011

Belangenorganisatie weet hoe te bezuinigen op de WMO

Het Programma Versterking Cliëntenpositie (VCP) heeft een handreiking over de bezuinigingen binnen de Wmo gepubliceerd. Gemeenten moeten vooral niet bezuinigen op individuele en algemene voorzieningen, aldus de handreiking.

De handreiking 'Een kritische kijk op de bezuinigingen en de Wmo' bevat uitleg over hoe gemeenten eventueel kunnen bezuinigen, op welke onderdelen ze dat niet moeten doen en waarom niet en tips voor belangenbehartigers.

Inkomensgrens
Gemeenten, zo blijkt uit de handreiking, moeten vooral niet bezuinigen op individuele en algemene voorzieningen, aldus het VCP. Het VCP, een initiatief van de CG-Raad en Platform VG, helpt lokale belangenbehartigers voor mensen met een beperking met informatie, advies en concrete hulp en begeleiding. Dit omdat dan steeds minder mensen kunnen meedoen in de samenleving.

Ook moet er geen inkomensgrens voor de Wmo worden ingevoerd. Volgens het VCP is zo’n grens in strijd met de Wmo, omdat het risico bestaat dat burgers dan onder het bestaansminimum komen. ‘En dit is nu juist wat we met de Wmo niet meer willen.’

Open vizier
Wel goede maatregelen vindt het VCP bijvoorbeeld het alleen beschikbaar maken van Wmo-voorzieningen voor mensen die onder de Wmo-doelgroep vallen. Ook moeten gemeenten meer de regie nemen bij het zorgen voor goede algemene voorzieningen.

Tips
Algemene tips die belangenbehartigers krijgen, zijn met open vizier bezuinigingsvoorstellen bekijken, actief meedenken met de gemeente, bekijken of samen optrekken met de Wmo-adviesraad mogelijk is en de gemeente vragen om een expertgroep op te zetten. De verkorte handreiking is te vinden op www.programmavcp.nl. Om de uitgebreide handreiking te downloaden, moeten belangenbehartigers zijn aangemeld op de site.

Bron: Zorg en Welzijn 26/01/2011

dinsdag 25 januari 2011

De Kanteling en cliëntenorganisaties

Met het project de Kanteling willen CSO, CG-Raad en VCP de uitvoering van de Wmo zo 'kantelen' dat participatie van mensen met beperkingen en ouderen centraal komt te staan.

Lokale belangenbehartigers moeten ervoor kunnen zorgen dat in de Wmo de participatie van mensen met beperkingen en ouderen centraal staat. Project de Kanteling wil de lokale belangenbehartigers daarbij helpen. Het project wordt tot eind 2011 gesubsidieerd door het ministerie van VWS.

Naast project de Kanteling van de cliëntenorganisaties, voert ook de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een kantelings-project uit. Het project van de VNG is gericht op gemeenten. De cliëntenorganisaties en de VNG werken in beide projecten zoveel mogelijk samen.

Fase 1

In fase 1 van project de Kanteling hebben de cliëntenorganisaties hun visie op de Wmo geformuleerd. Ook is er een groot aantal voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd. Daarnaast zijn er twee handreikingen uitgegeven. De eerste gaat over de compensatieplicht: hoe moet de Wmo worden uitgevoerd? De tweede gaat over het gesprek: hoe kunnen gemeente en burger samen kijken wat er nodig is voor die ene burger om te kunnen participeren?

Fase 2

In fase 2 van het project wordt in het bijzonder gekeken hoe lokale belangenbehartigers kunnen zorgen dat gemeenten ook werkelijk gaan kantelen.

Praktijkervaringen

De twee handreikingen worden bijgesteld op basis van praktijkervaringen in gemeenten die voorop lopen in het kantelingsproces. Er wordt daarbij met name gekeken naar het cliëntenperspectief. De praktijkervaringen worden besproken in expertgroepen en daarna vertaald naar praktische adviezen voor lokale ouderen- en cliëntenorganisaties en Wmo-raden. Onderwerpen die aan de orde komen zijn:

Mantelzorg en vrijwilligersbeleid

Integrale netwerken en ketensamenwerking

Kwetsbare groepen

Informatiebijeenkomsten over modelverordening

Het project gaat informatiebijeenkomsten organiseren over de Wmo-modelverordening. De VNG werkt aan een aangepaste modelverordening waarin de kantelingsgedachte is verwerkt. In de expertgroep die de VNG adviseert, is ook project de Kanteling vertegenwoordigd. De Kanteling zal vooral kijken naar de nieuwe modelverordening vanuit het cliëntenperspectief.
Als de modelverordening is goedgekeurd door het bestuur van de VNG, organiseert project de Kanteling informatiebijeenkomsten. Tijdens die bijeenkomsten wordt samen met de VNG voorlichting gegeven over de nieuwe verordening en de beleidsregels. De informatiebijeenkomsten zijn bestemd voor wethouders, ambtenaren en belangenbehartigers (o.a. kader- en bestuursleden van ouderen-, cliënten- en patiëntenorganisaties). De informatiebijeenkomsten zullen onder meer via de Kantelings-nieuwsbrief worden aangekondigd.

Handreiking voor burgers

De Kanteling gaat een Wmo-handreiking ontwikkelen voor gewone mensen. In deze handreiking wordt in dagelijkse taal uitgelegd wat de Wmo is en hoe men het gesprek met de gemeente over het beste kan voeren. Ook deze handreiking wordt digitaal verspreid.

Informatie voor belangenbehartigers

In de 2e fase van het project kunnen medewerkers op verzoek voorlichting geven aan belangenbehartigers over de Kanteling, de compensatieplicht of het gesprek met de gemeente. De betreffende belangenorganisatie is zelf verantwoordelijk voor het regelen van deze bijeenkomsten. Geïnteresseerde organisaties kunnen zich aanmelden bij secretariaat van project de Kanteling.

Project de Kanteling
Postbus 1038
3500 BA Utrecht
T 030 2823140 (wo-vr)
projectdekanteling@cg-raad.nl

Relevante documenten

Nieuwsbrief project De Kanteling, aflevering 4 (word, 15 december 2010)
Nieuwsbrief project De Kanteling, aflevering 3 (word, 4 november 2010)
Handreiking Compensatieplicht en Kanteling (pdf, oktober 2010)
Handreiking Het gesprek tussen burger en gemeente (pdf, oktober 2010)

Bron: Ministerie van VWS, 25-01-2011

woensdag 12 januari 2011

Forse bezuinigingen Inburgering, Utrecht zet hakken in het zand!

Verschillende gemeenten bereiden zich heel anders voor op de nieuwe wetgeving rond inburgering en de drastische bezuinigingen daarop. Dat blijkt uit een rondgang van dagblad Trouw. De verschillen tussen gemeenten leiden tot onduidelijkheid en ongelijkheid bij inburgeraars.

Het huidige inburgeringbudget van 440 miljoen euro wordt afgebouwd naar 44,5 miljoen in 2015. Iedere gemeente kan zelf bepalen hoe ze in deze afbouwfase het nog beschikbare budget besteedt. Zo moeten vrijwillige inburgeraars in Eindhoven al zelf hun cursus betalen. Apeldoorn begint met het afbouwen van de financiering. Steden als Utrecht, Rotterdam en Nijmegen maken zich op voor een eindsprint en proberen nog snel zo veel mogelijk vrijwillige inburgeraars in de lesbankjes te krijgen, zo meldt de krant.

Illusie
Het kabinet wil dat inburgeraars in hun toekomst investeren en het inburgeringtraject zelf betalen. Die kosten worden geschat op 7000 euro per jaar. 'Het is een illusie te denken dat inburgeraars deze kosten zelf kunnen opbrengen', stelt Ahmed Azdural, directeur van het Inspraakorgaan Turken in Nederland (IOT) in het dagblad. Azdural vreest dat het inburgeringsysteem zal instorten.

Verzet
Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vindt het te vroeg om de middelen zo snel af te bouwen. De VNG waarschuwt dat zo een steeds minder mensen de kans krijgen om een cursus te volgen. Daardoor zal de kwaliteit van participatie dalen. De vier grote steden (G4) - Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht - verzetten zich hevig tegen de plannen. Zij stellen dat er nog veel mensen bezig zijn met een cursus of ermee willen starten. Zij moeten in staat worden gesteld een diploma te halen.

Gastarbeiders
Rinda den Besten (PvdA), wethouder in Utrecht, vreest voor een herhaling van wat er in de jaren '80 gebeurde als inburgering puur een eigen verantwoordelijkheid is. 'We zitten nu met wijken vol slecht geïntegreerde gastarbeiders en ouders die de taal slecht spreken. Met alle ellende van dien.'

Plicht
Voor immigranten bestaat er sinds 2007 een wettelijke plicht tot het afleggen van een inburgeringexamen. Slagen is een voorwaarde voor het verkrijgen van een wettelijke verblijfsstatus. Sindsdien is er veel gesleuteld aan de Wet inburgering. Het aantal cursisten is opgelopen van 7000 in 2007 tot 45.000 in 2009 en bijna 60.000 in 2010, aldus Trouw.

Bron: Zorg en Welzijn, 12 januari 2011

donderdag 6 januari 2011

Welzijn Nieuwe Stijl? Nee, Welzijn Eigen Stijl!!!

Welzijn Nieuwe Stijl geeft een nieuwe richting aan het welzijnswerk. Maar is dit niet opnieuw dezelfde fout maken? Weer een nieuw paradigma, een nieuwe landelijke blauwdruk, terwijl juist oplossingen op maat en meer vrijheid op lokaal niveau wenselijk zijn.

Welzijn Nieuwe Stijl is op dit moment de trend in de Nederlandse welzijnssector. Deze trend brengt een nieuwe visie op het welzijnswerk. De welzijnswerkers moeten weer de wijken in, actief mensen opzoeken en ondersteunen om de eigen netwerken van de mensen weer op orde te krijgen.

Maar is dit wel de juiste oplossing om het welzijnswerk te verbeteren? Mijns inziens is het probleem in de welzijnssector niet dat jarenlang de juiste visie ontbrak. Als ik de acht bakens lees, lees ik geen wereldschokkende nieuwe inzichten. Deze bakens worden al jarenlang op lokale werkvloeren geopperd.

Toch werd toen werd massaal het zakelijkere model voorgesteld en in het land ingevoerd. Visie en strategie werden van bovenaf opgelegd, alle organisaties gingen mee in de trend. De werkvloer volgde de nieuwe aanpak, zonder dat gebruik werd gemaakt van de lokale inzichten van de werkvloer. De afstemming tussen de werkvloer aan de ene kant en beleidsmakers, politiek en de wetenschap aan de andere kant ontbrak.

En nu worden de bakens als iets nieuws gepresenteerd. Weer van bovenaf, een landelijke campagne waarbij staatssecretarissen, onderzoekers en publicisten gezamenlijk optrekken. Springen alle adviseurs, managers en onderzoekers op de trein Welzijn Nieuwe Stijl? Wordt er weer in het hele land eenzelfde visie en manier van werken ingevoerd, zonder gebruik te maken van de lokale inzichten van de werkvloer? Ik hoop het niet.

De acht bakens van welzijn nieuwe stijl zijn goed gekozen, maar vooralsnog verkeerd vertaald naar de praktijk. Het is niet de uitvoerende welzijnswerker die moet veranderen, maar in het hele netwerk van mensen en organisaties hier omheen. De acht bakens zijn een mooie spiegel om de relatie tussen de uitvoerders en het netwerk er omheen te reorganiseren: vraag als beleidsmaker door waar de knelpunten op de werkvloer zitten, richt je op de werkelijke vraag, ga uit van de eigen kracht van de uitvoerder, en kom niet met een landelijk vastgesteld aanbod voor hoe er gewerkt moet worden.

De aandacht die Welzijn Nieuwe Stijl krijgt is mooi. Het is goed om kritisch te kijken naar jezelf en elkaar. Maar maak hierbij vooral gebruik van die mensen die de meeste kennis hebben over wat lokaal wel en niet werkt: de werkvloer. Luister en bepaal samen de koers. Resultaat zal zijn dat op sommige plekken behoefte zal zijn aan Welzijn Nieuwe Stijl. Op andere plekken niet.

Als het probleem is dat het welzijnswerk lokaal het contact met de samenleving heeft verloren, zullen we voor de oplossing we niet landelijk een nieuwe aanpak moeten uitrollen, maar luisteren naar de mensen die lokaal het contact moeten herstellen. Geen landelijke aanpak, maar lokaal vrijheid voor de professionele welzijnswerkers. Vergeet Welzijn Nieuwe Stijl, op naar Welzijn Eigen Stijl!

Aldus: Robert Blom, adviseur participatie voor Zet, Centrum voor maatschappelijke ontwikkeling Brabant

Bron: Zorg en Welzijn, 5 januari 2011

donderdag 16 december 2010

Amsterdam stop met aanbesteden WMO

De gemeente Amsterdam gaat komend jaar geen aanbesteding doen voor de thuiszorg. Hiervoor heeft een meerderheid in de gemeenteraad vorige week gestemd. De nieuwe aanpak zal grote zorgaanbieders waarschijnlijk marktaandeel kosten.

Amsterdam stapt helemaal af van de Europese aanbesteding en gaat ook niet nationaal aanbesteden in de Wmo. In plaats daarvan volgt de hoofdstad het voorbeeld van de gemeente Boskoop. In het Boskoop-model maakt de gemeente bestuurlijke afspraken met thuiszorgaanbieders die vervolgens kunnen intekenen op een convenant. De gemeente Amsterdam verwacht dat dankzij deze aanpak veel nieuwe aanbieders de Amsterdamse markt kunnen betreden. Bestaande aanbieders, zoals marktleider Cordaan, zullen onder dit systeem waarschijnlijk aandeel verliezen.

Af van het aanbesteden

Gemeenteraadslid Peggy Burke van de PvdA in Amsterdam heeft de kar getrokken om van de Europese aanbesteding af te komen. “We wisten al langer dat Europees aanbesteden niet persé verplicht is vanuit Brussel. Dus hebben we de voormalige welzijnswethouder gevraagd alternatieven te onderzoeken. Hij kwam echter met het verhaal dat aanbesteden de enige
manier is om thuiszorg te contracteren in een gemeente met vijftig aanbieders en tienduizenden cliënten. Inmiddels wil een meerderheid van VVD, GroenLinks, SP en de PvdA af van het aanbesteden.

Boskoopmodel

De nieuwe wethouder Eric van der Burg (VVD) heeft vorige week daarom een positief pre-advies gegeven voor het Boskoop-model. Aanbieders moeten om mee te kunnen doen aan de gesprekken voldoen aan een aantal minimumeisen. Zo moeten ze een signaleringsfunctie kunnen bieden en minimaal 25.000 uur hulp per jaar kunnen leveren. Bovendien mogen ze geen zorg onderaannemen. “Cordaan heeft nu een aandeel van zeventig procent, maar besteedt een deel van die zorg uit aan derden”, zegt Burke. “Hierbij blijft natuurlijk geld bij Cordaan hangen, dus dat willen we niet meer. Een ander voordeel van het Boskoop-model is dat aanbieders die zich richten op specifieke doelgroepen, zoals de Turkse gemeenschap, nu ook de markt kunnen betreden.”

Prijsonderhandelingen

Over de prijs die de gemeente zal hanteren, moet nog onderhandeld worden. Het is de bedoeling dat in januari de eerste gesprekken gevoerd worden. Volgende week donderdag moet eerst nog een officieel akkoord vanuit de gemeenteraad komen. “Het mooie van dit besluit is dat je kunt stellen dat het voorgoed gedaan is met de Europese aanbesteding in de Wmo nu de hoofdstad er niet meer aan meedoet”, aldus het raadslid.

Bron: Zorgvisie, 16 december 2010

maandag 13 december 2010

WMO nieuwe stijl

In de Wmo nieuwe stijl krijgen zorgvragers geen zorg meer op basis van verstrekkingen en standaardindicaties. Gemeenten zullen in plaats daarvan kijken naar wat burgers en hun netwerken zelf nog kunnen doen en betalen. Dat blijkt uit de nieuwe Wmo-modelverordening die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) deze week presenteert.

In de nieuwe modelverordening van de VNG is het niet meer de bedoeling dat burgers met een indicatie in de hand een standaardaantal uren zorg krijgen toegewezen. De indicaties die burgers nu hebben, zullen aangepast worden aan de specifieke omstandigheden van de Wmo-cliënt. Gemeenten gaan om dit te regelen bij de mensen om de keukentafel inventariseren wat er precies aan huishoudelijke hulp of andere Wmo-zorg nodig is. Burgers die nu bijvoorbeeld nog recht hebben op vier uur huishoudelijke hulp maar kinderen in de buurt hebben wonen die een steentje bij kunnen dragen, zullen minder uren krijgen. Daartegenover staat dat burgers die vereenzamen en er alleen voor staan maar nooit echt om hulp hebben gevraagd, juist meer uren krijgen. De nieuwe manier van indicatiestellen door de gemeente betekent ook dat gemeenten welgestelde burgers zullen vragen om zelf op eigen rekening huishoudelijke hulp in te kopen. Dit gaat dan om vermogende burgers die in belastingbox drie meer dan twintigduizend euro hebben aan te geven.

Aan de keukentafel

“We gaan de zorg veel meer precies toesnijden op de cliënt”, zegt VNG-directeur Sandra Korthuis. “Dankzij de keukentafelgesprekken zullen we het krappe Wmo-budget veel beter kunnen uitgeven daar waar het nodig is. Als iemand een heel groot netwerk blijkt te hebben dan is er veel minder compensatie nodig vanuit de Wmo. Daarnaast brengt deze kanteling de administratieve rompslomp naar beneden. Burgers hoeven maar naar één loket voor thuiszorg en kunnen zich wenden tot de gemeenteraad als er wat mis gaat.”

Minder indiceren

Korthuis is niet bang dat gemeenten met een tekort op het Wmo-budget de keukentafelindicatie gaan aangrijpen om zo min mogelijk uren te indiceren. “Er is altijd de gemeenteraad als controlerend orgaan. Het is overigens wel zo dat er tweehonderd miljoen euro wordt gekort op het Wmo-budget, dus gemeenten gaan wel scherper kijken.”

Cliëntenorganisaties positief

Naast de VNG hebben cliëntenorganisaties CG-Raad en CSO meegewerkt aan het tot stand komen van de verordening. Anneke Van der Vlist van de CSO koepel van ouderenorganisaties is positief over de verordening. “Het is alleen jammer dat de kanteling samenvalt met een bezuiniging in veel gemeenten. Dat zal moeilijk uit te leggen zijn aan de burger, maar dat gaan we wel doen.” Een ander punt waar Van der Vlist nog op wijst is dat in de modelverordening de rol van de mantelzorger nog beter kan worden omschreven. “De gemeenten leggen hier nu veel neer dus dat moeten zij nog goed gaan invullen.”

Niet verplicht

Gemeenten zijn niet verplicht zich te houden aan de modelverordening van de Wmo. Korthuis verwacht wel dat veel gemeenten er de voordelen van zullen inzien.

dinsdag 23 november 2010

Zijn we allemaal zeikerds geworden?

Terwijl ik, Dik Hooimeijer, een broodje weghapte, las ik afgelopen zaterdag in de Volkskrant het interview met Ivo Opstelten, onze nieuwe no-nonsense minister van Veiligheid en Justitie. Eén passage zette mij aan het denken.

‘De criminaliteitscijfers worden op een aantal terreinen beter. Maar in onderzoeken gaat het veiligheidsgevoel, dus wat de burger vindt, achteruit.’

Ten aanzien van die criminaliteit sprak ik laatst een onderzoeker van de politie. Hij vroeg mij of ik een reden kon bedenken, dat de recidive onder jeugdige Marokkaanse jongens in Haaglanden een duidelijk afname liet zien. Ik kon daar niet direct antwoord op geven. Die afname is toch wel een bijzonder gegeven, omdat de burger blijkbaar het tegendeel denkt. Zeker na de laatste berichten over Gouda. 
Ten aanzien van het veiligheidsgevoel is het eigenlijk ook vreemd. Uit onderzoek blijkt dat wij Nederlanders tot één van de gelukkigste volkjes ter wereld behoren. Ik zal met mijn volgende uiteenzetting geen vrienden maken, maar wil toch ook eens een tegengeluid laten horen.

Beginnen wij niet een beetje een zeikvolk te worden? Het kraken is wettelijk verboden, want we hebben er last van. Wat we even vergeten, is dat de kraakbeweging een enorme rijkdom heeft voortgebracht op het gebied van muziek, kunst en theater, maar ook qua ondernemerschap. Maar: weg ermee, we hebben er last van. Volgende: het pasjessysteem voor wiet in Amsterdam. We hebben last van die toeristen. Amsterdam moet weer keurig en calvinistisch, maatregel op maatregel omdat wij burgers overal last van hebben. Een tijdje geleden stond er een Haagse meneer in NOVA te foeteren op het feit dat op het plein tegenover hem, in een Vinexlocatie, een peuterspeelzaal was gebouwd. Die kinderen spelen verdorie een uurtje buiten en maken lawaai. Verschrikkelijk! Hij was een actie gestart. Kinderen tussen twee en vier jaar die plezier hebben; godbetere!

Er hoeft maar iets te gebeuren dat de burger niet zint en hij schreeuwt moord en brand. De media duikt erop en bestuurders, burgemeesters en ministers raken in paniek en verzinnen nog meer regels ter voorkoming. Ook in ons werk merk ik dat van ons zaken worden verwacht waarvan ik denk: ‘Ja hallo, los dat lekker zelf op’. Dus vraag ik mij weleens hardop af of de Nederlander geen zeikerd aan het worden is? En dat meen ik. Mensen in het land laten zich door angst en anti-islamgevoelens leiden in hun stemgedrag, terwijl er in een straal van vijftig kilometer geen moslim te vinden is. Hier speelt ongetwijfeld het individualisme, maar ook zeker het egoïsme, van de burger een rol; ik en dan een hele tijd niets. Dit is zeker niet goed voor het klimaat van samenleven. Angst, vooroordelen en achterdocht zijn vaak het fundament voor problemen in buurten en wijken. Als wij niet oppassen, dendert dit in sneltreinvaart door.

Eigenlijk droom ik van een staatsman, groot met sonore stem, een rechtvaardig vadertype zeg maar, zo’n no-nonsense man die ons op ons gedrag aanspreekt en niet meegaat in het populisme. Een die ons terechtwijst en zegt: ‘En nu is het uit met dat gezeik van jullie. Doe even normaal’.

Dik Hooimeijer (1954) is binnen Stichting MOOI, een welzijnsorganisatie in Den Haag en Zoetermeer, onder meer verantwoordelijk voor Marketing, Innovatie en Projecten. Sinds 1975 is hij werkzaam in de welzijnssector. Hij noemt zichzelf een absoluut welzijnsdier, maar is ook een oprecht criticaster. Naar zijn oordeel is welzijn te weinig innovatief en speelt het niet in op de tijdgeest.

Bron: Zorg & Welzijn 22 november 2010