woensdag 17 februari 2010

Presentatie "Hoe sociaal is Utrecht?" (LMWIZ)


Op 16 februari 2010 overhandigde Agnes Jongerius namens FNV-Lokaal-Utrecht het onderzoeksrapport Lokale Monitor Werk, Inkomen en Zorg (LMWIZ) van de FNV aan de burgemeester van Utrecht, Aleid Wolfsen.

In dat rapport werden de volgende vragen onderzocht:

Hoe sociaal is de gemeente Utrecht? Hoe scoort de gemeente in vergelijking met andere gemeenten als het gaat om de aanbesteding van de thuiszorg, het minimabeleid, mensen duurzaam aan het werk helpen en een sociaal inkoopbeleid? Deze vragen onderzocht de FNV bij bijna 200 gemeenten.




Utrecht heeft een behoorlijke score, ruim boven het gemiddelde. De belangrijkste verbeterpunten:

· Duurzame re-integratie: Utrecht volgt mensen nog 6 maanden nadat ze de bijstand hebben verlaten; de FNVvindt dat te kort om duurzame re-integratie te garanderen. Het moet minstens 1 jaar moet zijn;

· Langdurigheidstoeslag: Utrecht hanteert een inkomensgrens van 110%; FNV vindt 120% sociaal;

· Wachttijd bij aanvraag bijstandsuitkering: Utrechtse praktijk is 36,4 dagen; dat is te lang zonder geld;

· bestandskoppeling: in de vorige monitor was er sprake van een koppeling om niet-(meer)bijstandsgerechtigden op te sporen, die mogelijk recht hebben op kwijtschelding;

Op een aantal punten springt Utrecht er juist gunstig uit:

· Maatschappelijk verantwoord aanbesteden: Utrecht voldoet volledig aan FNV-uitgangspunten; en voert hierin een zeer serieus beleid (CAO, gecertificeerde uitzendbureaus, kwaliteitseisen bij aanbesteding, meerjarige contracten, etc.)

· Aanbesteding huishoudelijke zorg: Utrecht hanteert een uurtarief van maximaal € 22,50 dat is hoog in vergelijking met andere gemeenten, zij het dat ABVAKABO FNV heeft berekend dat eigenlijk 24,50 nodig is.


FNV-Lokaal-Utrecht gaat de komende gemeenteraadsverkiezingen in met de drie thema’s:

Wet Maatschappelijke Ondersteuning: de WMO is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. Dat is lang niet voor iedereen even makkelijk. Er is een persoon nodig die pas na huisbezoek de nodige steun in kaart brengt en op elkaar afstemt.

Wet Werk en Bijstand: Duurzame re-integratie in het arbeidsproces, daar wordt iedereen beter en gelukkig van; blijf mensen minimaal een jaar na hun nieuwe start volgen.

Inburgering: werp geen drempels op voor een inburgeringprogramma. Ook moeilijk bereikbare groepen buitenlanders moeten met ons mee kunnen doen.

Het totale rapport Lokale Monitor Werk Inkomen en Zorg is na vandaag integraal te vinden op de website van de FNV-vakcentrale: www.fnv.nl/lokaal

FNV lokaal Utrecht, utrecht@fnvlokaal.nl


dinsdag 16 februari 2010

Gemeenten hanteren te lage tarieven thuiszorg

Goede kwaliteit van zorg kost minstens 24,50 euro per uur, zegt vakbond Abvakabo FNV. Slechts 28 gemeenten hanteren een tarief van ten minste 22 euro. Dat blijkt uit een jaarlijks rapport van Abvakabo FNV. 'Een grote meerderheid van de gemeenten wil nog altijd voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.'

Volgens Abvakabo hebben de te lage tarieven die gemeenten hanteren de positie van de werknemers en de kwaliteit van de zorg sterk achteruit doen gaan. Ontslaggolven bij thuiszorgorganisaties, die geen kwalitatieve huishoudelijke hulp kunnen leveren voor de gestelde bedragen, zijn het gevolg. Cliënten, veelal ouderen, hebben hun vertrouwde hulp verloren. Ook zijn schoonmaakbedrijven op de zorgmarkt verschenen, bij wie de signaleringsfunctie vaak ontbreekt.

In dit onderzoek, waaraan 196 gemeenten hebben meegewerkt, is gevraagd naar de maximumtarieven die gemeenten aanhouden. Uit de resultaten blijkt dat slechts 28 gemeenten (14,3 procent) een maximumtarief van minstens € 22,- voor huishoudelijke hulp hanteren. Dat is de minimale vergoeding voor huishoudelijke hulp, volgens een onderzoek van Price Waterhouce en Coopers. De FNV Vakcentrale doet jaarlijks onderzoek naar het beleid van gemeenten in haar Lokale Monitor Werk, Inkomen en Zorg. De resultaten van de monitor worden dinsdag 16 februari op verschillende locaties in Nederland gepresenteerd.

De meeste gemeenten geven aan dat er geen schoonmaakbedrijven zijn betrokken bij de uitvoering van de huishoudelijke hulp (82,4 procent). 10 gemeenten hebben wel direct met een schoonmaakbedrijf een contract afgesloten. 8 gemeenten geven aan dat zij wel thuiszorginstellingen hebben gecontracteerd, maar die hebben vervolgens een deel van het werk via onderaanneming aan schoonmaakbedrijven doorgecontracteerd.

Een prijzenslag levert op de korte termijn wellicht een voordeel op voor de gemeenten, maar op de langere termijn pakt het funest uit voor zowel het personeel in de zorg als de mensen die afhankelijk zijn van thuiszorg. Slechts 44,8 procent van de gemeenten heeft criteria ten aanzien van fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden in het bestek opgenomen. Uit de resultaten blijkt dat gemeenten weinig aandacht hebben voor de positie van flexwerkers; slechts 6 gemeenten (4,5 procent) hebben in dit verband criteria opgenomen. 11,9 procent van de gemeenten heeft geen kwaliteitseisen in het bestek opgenomen.

donderdag 11 februari 2010

Gemeente moet kwetsbare groepen blijven betrekken bij WMO

Hoe bereik je kwetsbare groepen beter bij de vormgeving van Wmo-beleid? Die vraag stond actueel tijdens de bijeenkomst van het Kennisprogramma Cliëntenparticipatie van MOVISIE op 9 februari. ‘Het is belangrijk dat de stem van de cliënten gehoord wordt door gemeenten’, zegt Karin Sok. ‘En juist ook die van groepen die het ingewikkeld vinden om voor Wmo-hulp aan de bel te trekken.’

Veel gemeenten proberen bij een Wmo-raad advies in te winnen over hoe zijn de ondersteuning ervaren en of deze wel aansluit bij de behoeften. ‘In deze raden zijn vaak de ouderen en de mensen met een lichamelijke beperking goed vertegenwoordigd’, legt Sok uit. ‘Dat zijn groepen, die over het algemeen goed georganiseerde belangenbehartigers hebben. Allochtonen, jongeren en mantelzorgers zijn moeilijker erbij te betrekken.’

Cliëntenorganisaties gaven tijdens de bijeenkomst aan dat de gemeenten op de moeilijk te bereiken groepen af moeten gaan. Sok: ‘Zij vinden het niet voldoende om te zeggen: “Alle stukken van de Wmo-raad zijn openbaar voor iedereen.” Het kost veel energie, maar je moet als gemeenten naar de plekken toe waar deze mensen zijn.’ De verantwoordelijkheid ligt bij de gemeente, volgens Sok, en die heeft daar nog een slag te maken.

Blijven proberen!’, zo luidt het advies. Door mensen uit verschillende groepen rond de tafel te krijgen, verbreed je het perspectief van de Wmo, stelt Sok. ‘Het is moeilijk, maar je kunt bijvoorbeeld ook mensen met een verstandelijke beperking bij het Wmo-beleid betrekken.’ Sommigen hebben een coach die hen hierin ondersteunt, maar ook andere aanpassingen kunnen ervoor zorgen dat iemand met een beperking mee kan denken: duidelijke samenvattingen van nota’s of een groter lettertype. Overigens niet alleen handig voor mensen met een verstandelijke beperking.

Ook is de discussie gaande over de rol van de Wmo-raad. ‘Kan deze meebeslissen in de ontwikkeling van het beleid, of heeft de raad alleen een adviserende rol? Vraagt dat misschien om een andere samenstelling? En moet je dat wel willen?’, zegt Sok. De Wmo-raad is een belangrijke schakel tussen het Wmo-beleid en de cliënten, maar moet niet de enige zijn, vindt Sok. ‘Als de gemeente meer in contact komt met de moeilijk bereikbare groepen, voelen zij zich ook gehoord en hoeven zij misschien niet per definitie in een Wmo-raad.’

Niet op de laatste plaats liggen er nog knelpunten bij het vrijwilligersmanagement als het gaat om Wmo-beleidsparticipatie. ‘In de Wmo-raad zitten vrijwilligers. Maar hoe werf je hen? Hoe begeleid je hen? Goed zorgen voor je vrijwilligers is belangrijk om ze te behouden. Op het terrein van beleidsparticipatie weet de gemeente hier nog niet genoeg.’ Mantelzorgers bijvoorbeeld, zijn al zwaar belast en hebben geen tijd om iedere week stukken te lezen. Betrek ook deze groep en laat ze meedenken over de WMO.

bron: Zorg & Welzijn

maandag 1 februari 2010

FNV-Lokaal-Utrecht nodigt u uit

Hoe sociaal is de gemeente Utrecht? Hoe scoort de gemeente in vergelijking met andere gemeenten als het gaat om de aanbesteding van de thuiszorg, het minimabeleid, mensen duurzaam aan het werk helpen en een sociaal inkoopbeleid?

Deze vragen onderzocht de FNV bij bijna 200 gemeenten. De resultaten zijn samengevat in de Lokale Monitor Werk, Inkomen en Zorg (LMWIZ).

Deze monitor wordt overhandigd door Agnes Jongerius, voorzitter van de FNV-vakcentrale, aan Aleid Wolfsen, burgemeester van Utrecht. Daarna zal er op de resultaten van de gemeente Utrecht ingegaan worden. Alle politieke partijen in de gemeenteraad van Utrecht zijn uitgenodigd om te reageren.

Graag nodigen wij u uit om hierbij aanwezig te zijn en aan deze discussie met de lokale politiek deel te nemen. Zeker in deze tijd van gemeenteraadsverkiezingen is het van groot belang om uw mening te laten horen.

De uitreiking van de Lokale Monitor vindt op dinsdag 16 februari 2010 plaats in het stadhuis van Utrecht.

Het programma ziet er als volgt uit:

· Opening door de voorzitter, Rien van Viegen, FNV-Lokaal-Utrecht

· Toelichting op de landelijke rapportage door Rien van Viegen

· Toelichting op de rapportage van de gemeente Utrecht door Agnes Jongerius

· Overhandiging van de rapportage door Agnes Jongerius aan Aleid Wolfsen

· Discussie met vertegenwoordigers van de politieke partijen, FNV-leden, maatschappelijke organisaties en overige aanwezigen

· Sluiting.

U wordt van harte uitgenodigd deze bijeenkomst deel te nemen. Laat even weten of u aanwezig wilt zijn; u kunt gebruik maken van het e-mailadres: utrecht@fnvlokaal.nl

Het begint om 16.30 uur (zaal open om 16.15 uur).

Het adres van het stadhuis is:

Korte Minrebroederstraat 2, 3512 GG Utrecht


Tot ziens,

FNV lokaal Utrecht

Wim Deijkers, 06-51006551

maandag 11 januari 2010

Marktwerking bij Inburgering mislukt

De marktwerking in de inburgeringscursussen is nadelig voor reguliere onderwijsinstellingen. ‘Nieuwe aanbieders concurreren door minder uren les te geven, grotere klassen en goedkoper personeel. Het onderwijs lijdt daar onder, cursisten en leraren worden de dupe’, zegt bestuurder Gerrit Stemerding van de Algemene Onderwijsbond (AOb)

Stemerding doet zijn uitspraken naar aanleiding van een rapport over de marktwerking in het inburgeringsonderwijs. Het rapport van onderzoeksbureau Regioplan is donderdag verschenen. Hieruit blijkt dat door de marktwerking honderden banen op de tocht staan bij de regionale opleidingscentra (ROC’s).

Banen op de tocht
De AOb wijst op de situatie bij de Rotterdamse ROC’s Zadkine en Albeda College. De gemeente Rotterdam wijst maar een handvol cursussen toe aan reguliere onderwijsinstellingen. 'Alleen al bij Zadkine staan de komende drie jaar 250 formatieplaatsen op de tocht', aldus de onderwijsbond.

Grote groepen
Bij de aanbesteding van cursussen weegt de prijs van een cursus te zwaar, menen de samenstellers van het rapport. 'Cursisten krijgen sinds de invoering van marktwerking minder uren les in grotere groepen. Verder is door administratieve problemen het aantal inburgeraars afgenomen.' De AOb noemt de invoering van de marktwerking in de inburgeringscursussen een 'mislukt experiment'. 'Het bewijst dat markt en publiek onderwijs niet samengaan.'

Bron: Zorg en Welzijn