dinsdag 22 februari 2011

Bezuinigingen zijn een zegen

Aan het woord is Dik Hooimeijer van Stichting MOOI, een welzijnsorganisatie in Den Haag en Zoetermeer, onder meer verantwoordelijk voor Marketing, Innovatie en Projecten. Sinds 1975 is hij werkzaam in de welzijnssector. Hij noemt zichzelf een absoluut welzijnsdier, maar is ook een oprecht criticaster. Naar zijn oordeel is welzijn te weinig innovatief en speelt het niet in op de tijdgeest. Hij doet mee aan een debat naar aanleiding van een boek van de directeur van Doenja uit Utrecht.

“Afgelopen donderdag was ik aanwezig op de derde Manifestatie Buurtalliantie in de Fokker Terminal in Den Haag. Laat ik beginnen de organisatie te complimenteren met wederom een geweldige manifestatie voor maatschappelijke organisaties. Excursies, debatten, workshops en een marktplein: voor elke professional viel er veel te halen en te netwerken.

Zelf was ik uitgenodigd om deel te nemen aan het debat ‘Stijgen met stip’. Aanleiding van dit debat was het boek ‘De kunst van het stijgen’ van Heinz Schiller, directeur van Doenja Dienstverlening uit Utrecht. Schiller geeft hierin een aantal aanbevelingen om de armoedespiraal in wijken als Kanaleneiland in Utrecht te doorbreken. Hij heeft met dit boek en zijn uitspraak ‘bezuinigingen zijn een zegen’ zo hier en daar in welzijnsland de toorn over zichzelf afgeroepen. Bijvoorbeeld van Margot Scholte, onder andere senior adviseur beroepsontwikkeling van MOVISIE, en Klaas Mulder, senior adviseur van Laagland advies. Beide namen deel aan het debat.

Ik was uitgenodigd, omdat ik het op een flink aantal punten eens ben met Schiller. Dit heb ik ook onder andere in mijn weblogs geuit. Helaas kon Schiller zelf niet aan het debat deelnemen. De discussie samenvatten ga ik hier niet doen, maar ik wil er wel twee punten uithalen.

Schiller is aangevallen op zijn uitspraak ‘bezuinigingen zijn een zegen’. Een boude uitspraak zo op het oog. De vraag is echter of dit zo is, los van de gedachte dat Schiller ook een discussie wil uitlokken (wat overigens goed is gelukt). Ik heb in eerdere weblogs aangegeven, dat als je kijkt naar het aantal professionals, dat zich soms met één klant bezig houdt, je tot de conclusie komt dat we er een aardig zooitje van hebben gemaakt.

Wie en wat zich bijvoorbeeld allemaal met werklozen bezig houdt. De klant snapt er helemaal niks van. Ik zou het overzicht ook kwijt raken! En helpt die fragmentatie van instellingen, organisaties, overheden en verantwoordelijkheden de klant nu echt? Nee. Maar het kost allemaal wel bakken met geld. Terug naar Schillers uitspraak: vanuit het perspectief van de klant kunnen bezuinigingen inderdaad wel eens een zegen zijn. Daarmee ontstaat wellicht overzicht, duidelijkheid en rendement. Je ontkomt er niet aan om kritisch naar je eigen werk en organisatie te kijken.

Het tweede punt dat betoogd werd, is dat Schiller zich te eenzijdig richt op sociaal maatschappelijke stijging. Dat hij belang hecht aan werk en inkomen waarmee hij, zeg maar de maatschappelijke acceptatie, als maat neemt en daarmee niet bij de mogelijk- en onmogelijkheden van de klant begint. Met andere woorden: binnen welzijn moet de klant de maat zijn.

Ik snap oprecht niet waar die gedachte vandaan komt. De absolute kracht van het welzijnswerk is juist dat we bij de klant beginnen.

Ambtenaren en re-integratiewerkers starten vanuit regelgeving. Daarom lukt het deze laatste ook niet om een bepaalde doelgroep in beweging te krijgen. Dit in tegenstelling tot het welzijnswerk dat juist start vanuit de klant. Mijn bewering is zelfs dat er geen betere voorziening is voor deze doelgroep dan het welzijnswerk. Maar dat mag en kan nooit betekenen dat je als welzijnswerker genoegen neemt met de soms uitzichtloze situatie van onze doelgroep.

Want laten we wel wezen, je zal in deze tijd maar van de bijstand moeten leven en kinderen hebben. Dan sta je er beroerd voor. Onderzoek laat dat glashelder zien. En dus moeten de inspanningen van het welzijnswerk, op basis van vertrouwen en de relatie met de klant, gericht zijn op het verbeteren van de sociaal-maatschappelijke positie van de klant. Het is mijn absolute overtuiging dat gedreven en oprechte welzijnswerkers in dit land dit kunnen.”

Bron: Zorg en Welzijn, 21 februari 2011

woensdag 26 januari 2011

Belangenorganisatie weet hoe te bezuinigen op de WMO

Het Programma Versterking Cliëntenpositie (VCP) heeft een handreiking over de bezuinigingen binnen de Wmo gepubliceerd. Gemeenten moeten vooral niet bezuinigen op individuele en algemene voorzieningen, aldus de handreiking.

De handreiking 'Een kritische kijk op de bezuinigingen en de Wmo' bevat uitleg over hoe gemeenten eventueel kunnen bezuinigen, op welke onderdelen ze dat niet moeten doen en waarom niet en tips voor belangenbehartigers.

Inkomensgrens
Gemeenten, zo blijkt uit de handreiking, moeten vooral niet bezuinigen op individuele en algemene voorzieningen, aldus het VCP. Het VCP, een initiatief van de CG-Raad en Platform VG, helpt lokale belangenbehartigers voor mensen met een beperking met informatie, advies en concrete hulp en begeleiding. Dit omdat dan steeds minder mensen kunnen meedoen in de samenleving.

Ook moet er geen inkomensgrens voor de Wmo worden ingevoerd. Volgens het VCP is zo’n grens in strijd met de Wmo, omdat het risico bestaat dat burgers dan onder het bestaansminimum komen. ‘En dit is nu juist wat we met de Wmo niet meer willen.’

Open vizier
Wel goede maatregelen vindt het VCP bijvoorbeeld het alleen beschikbaar maken van Wmo-voorzieningen voor mensen die onder de Wmo-doelgroep vallen. Ook moeten gemeenten meer de regie nemen bij het zorgen voor goede algemene voorzieningen.

Tips
Algemene tips die belangenbehartigers krijgen, zijn met open vizier bezuinigingsvoorstellen bekijken, actief meedenken met de gemeente, bekijken of samen optrekken met de Wmo-adviesraad mogelijk is en de gemeente vragen om een expertgroep op te zetten. De verkorte handreiking is te vinden op www.programmavcp.nl. Om de uitgebreide handreiking te downloaden, moeten belangenbehartigers zijn aangemeld op de site.

Bron: Zorg en Welzijn 26/01/2011

dinsdag 25 januari 2011

De Kanteling en cliëntenorganisaties

Met het project de Kanteling willen CSO, CG-Raad en VCP de uitvoering van de Wmo zo 'kantelen' dat participatie van mensen met beperkingen en ouderen centraal komt te staan.

Lokale belangenbehartigers moeten ervoor kunnen zorgen dat in de Wmo de participatie van mensen met beperkingen en ouderen centraal staat. Project de Kanteling wil de lokale belangenbehartigers daarbij helpen. Het project wordt tot eind 2011 gesubsidieerd door het ministerie van VWS.

Naast project de Kanteling van de cliëntenorganisaties, voert ook de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een kantelings-project uit. Het project van de VNG is gericht op gemeenten. De cliëntenorganisaties en de VNG werken in beide projecten zoveel mogelijk samen.

Fase 1

In fase 1 van project de Kanteling hebben de cliëntenorganisaties hun visie op de Wmo geformuleerd. Ook is er een groot aantal voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd. Daarnaast zijn er twee handreikingen uitgegeven. De eerste gaat over de compensatieplicht: hoe moet de Wmo worden uitgevoerd? De tweede gaat over het gesprek: hoe kunnen gemeente en burger samen kijken wat er nodig is voor die ene burger om te kunnen participeren?

Fase 2

In fase 2 van het project wordt in het bijzonder gekeken hoe lokale belangenbehartigers kunnen zorgen dat gemeenten ook werkelijk gaan kantelen.

Praktijkervaringen

De twee handreikingen worden bijgesteld op basis van praktijkervaringen in gemeenten die voorop lopen in het kantelingsproces. Er wordt daarbij met name gekeken naar het cliëntenperspectief. De praktijkervaringen worden besproken in expertgroepen en daarna vertaald naar praktische adviezen voor lokale ouderen- en cliëntenorganisaties en Wmo-raden. Onderwerpen die aan de orde komen zijn:

Mantelzorg en vrijwilligersbeleid

Integrale netwerken en ketensamenwerking

Kwetsbare groepen

Informatiebijeenkomsten over modelverordening

Het project gaat informatiebijeenkomsten organiseren over de Wmo-modelverordening. De VNG werkt aan een aangepaste modelverordening waarin de kantelingsgedachte is verwerkt. In de expertgroep die de VNG adviseert, is ook project de Kanteling vertegenwoordigd. De Kanteling zal vooral kijken naar de nieuwe modelverordening vanuit het cliëntenperspectief.
Als de modelverordening is goedgekeurd door het bestuur van de VNG, organiseert project de Kanteling informatiebijeenkomsten. Tijdens die bijeenkomsten wordt samen met de VNG voorlichting gegeven over de nieuwe verordening en de beleidsregels. De informatiebijeenkomsten zijn bestemd voor wethouders, ambtenaren en belangenbehartigers (o.a. kader- en bestuursleden van ouderen-, cliënten- en patiëntenorganisaties). De informatiebijeenkomsten zullen onder meer via de Kantelings-nieuwsbrief worden aangekondigd.

Handreiking voor burgers

De Kanteling gaat een Wmo-handreiking ontwikkelen voor gewone mensen. In deze handreiking wordt in dagelijkse taal uitgelegd wat de Wmo is en hoe men het gesprek met de gemeente over het beste kan voeren. Ook deze handreiking wordt digitaal verspreid.

Informatie voor belangenbehartigers

In de 2e fase van het project kunnen medewerkers op verzoek voorlichting geven aan belangenbehartigers over de Kanteling, de compensatieplicht of het gesprek met de gemeente. De betreffende belangenorganisatie is zelf verantwoordelijk voor het regelen van deze bijeenkomsten. Geïnteresseerde organisaties kunnen zich aanmelden bij secretariaat van project de Kanteling.

Project de Kanteling
Postbus 1038
3500 BA Utrecht
T 030 2823140 (wo-vr)
projectdekanteling@cg-raad.nl

Relevante documenten

Nieuwsbrief project De Kanteling, aflevering 4 (word, 15 december 2010)
Nieuwsbrief project De Kanteling, aflevering 3 (word, 4 november 2010)
Handreiking Compensatieplicht en Kanteling (pdf, oktober 2010)
Handreiking Het gesprek tussen burger en gemeente (pdf, oktober 2010)

Bron: Ministerie van VWS, 25-01-2011

woensdag 12 januari 2011

Forse bezuinigingen Inburgering, Utrecht zet hakken in het zand!

Verschillende gemeenten bereiden zich heel anders voor op de nieuwe wetgeving rond inburgering en de drastische bezuinigingen daarop. Dat blijkt uit een rondgang van dagblad Trouw. De verschillen tussen gemeenten leiden tot onduidelijkheid en ongelijkheid bij inburgeraars.

Het huidige inburgeringbudget van 440 miljoen euro wordt afgebouwd naar 44,5 miljoen in 2015. Iedere gemeente kan zelf bepalen hoe ze in deze afbouwfase het nog beschikbare budget besteedt. Zo moeten vrijwillige inburgeraars in Eindhoven al zelf hun cursus betalen. Apeldoorn begint met het afbouwen van de financiering. Steden als Utrecht, Rotterdam en Nijmegen maken zich op voor een eindsprint en proberen nog snel zo veel mogelijk vrijwillige inburgeraars in de lesbankjes te krijgen, zo meldt de krant.

Illusie
Het kabinet wil dat inburgeraars in hun toekomst investeren en het inburgeringtraject zelf betalen. Die kosten worden geschat op 7000 euro per jaar. 'Het is een illusie te denken dat inburgeraars deze kosten zelf kunnen opbrengen', stelt Ahmed Azdural, directeur van het Inspraakorgaan Turken in Nederland (IOT) in het dagblad. Azdural vreest dat het inburgeringsysteem zal instorten.

Verzet
Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vindt het te vroeg om de middelen zo snel af te bouwen. De VNG waarschuwt dat zo een steeds minder mensen de kans krijgen om een cursus te volgen. Daardoor zal de kwaliteit van participatie dalen. De vier grote steden (G4) - Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht - verzetten zich hevig tegen de plannen. Zij stellen dat er nog veel mensen bezig zijn met een cursus of ermee willen starten. Zij moeten in staat worden gesteld een diploma te halen.

Gastarbeiders
Rinda den Besten (PvdA), wethouder in Utrecht, vreest voor een herhaling van wat er in de jaren '80 gebeurde als inburgering puur een eigen verantwoordelijkheid is. 'We zitten nu met wijken vol slecht geïntegreerde gastarbeiders en ouders die de taal slecht spreken. Met alle ellende van dien.'

Plicht
Voor immigranten bestaat er sinds 2007 een wettelijke plicht tot het afleggen van een inburgeringexamen. Slagen is een voorwaarde voor het verkrijgen van een wettelijke verblijfsstatus. Sindsdien is er veel gesleuteld aan de Wet inburgering. Het aantal cursisten is opgelopen van 7000 in 2007 tot 45.000 in 2009 en bijna 60.000 in 2010, aldus Trouw.

Bron: Zorg en Welzijn, 12 januari 2011

donderdag 6 januari 2011

Welzijn Nieuwe Stijl? Nee, Welzijn Eigen Stijl!!!

Welzijn Nieuwe Stijl geeft een nieuwe richting aan het welzijnswerk. Maar is dit niet opnieuw dezelfde fout maken? Weer een nieuw paradigma, een nieuwe landelijke blauwdruk, terwijl juist oplossingen op maat en meer vrijheid op lokaal niveau wenselijk zijn.

Welzijn Nieuwe Stijl is op dit moment de trend in de Nederlandse welzijnssector. Deze trend brengt een nieuwe visie op het welzijnswerk. De welzijnswerkers moeten weer de wijken in, actief mensen opzoeken en ondersteunen om de eigen netwerken van de mensen weer op orde te krijgen.

Maar is dit wel de juiste oplossing om het welzijnswerk te verbeteren? Mijns inziens is het probleem in de welzijnssector niet dat jarenlang de juiste visie ontbrak. Als ik de acht bakens lees, lees ik geen wereldschokkende nieuwe inzichten. Deze bakens worden al jarenlang op lokale werkvloeren geopperd.

Toch werd toen werd massaal het zakelijkere model voorgesteld en in het land ingevoerd. Visie en strategie werden van bovenaf opgelegd, alle organisaties gingen mee in de trend. De werkvloer volgde de nieuwe aanpak, zonder dat gebruik werd gemaakt van de lokale inzichten van de werkvloer. De afstemming tussen de werkvloer aan de ene kant en beleidsmakers, politiek en de wetenschap aan de andere kant ontbrak.

En nu worden de bakens als iets nieuws gepresenteerd. Weer van bovenaf, een landelijke campagne waarbij staatssecretarissen, onderzoekers en publicisten gezamenlijk optrekken. Springen alle adviseurs, managers en onderzoekers op de trein Welzijn Nieuwe Stijl? Wordt er weer in het hele land eenzelfde visie en manier van werken ingevoerd, zonder gebruik te maken van de lokale inzichten van de werkvloer? Ik hoop het niet.

De acht bakens van welzijn nieuwe stijl zijn goed gekozen, maar vooralsnog verkeerd vertaald naar de praktijk. Het is niet de uitvoerende welzijnswerker die moet veranderen, maar in het hele netwerk van mensen en organisaties hier omheen. De acht bakens zijn een mooie spiegel om de relatie tussen de uitvoerders en het netwerk er omheen te reorganiseren: vraag als beleidsmaker door waar de knelpunten op de werkvloer zitten, richt je op de werkelijke vraag, ga uit van de eigen kracht van de uitvoerder, en kom niet met een landelijk vastgesteld aanbod voor hoe er gewerkt moet worden.

De aandacht die Welzijn Nieuwe Stijl krijgt is mooi. Het is goed om kritisch te kijken naar jezelf en elkaar. Maar maak hierbij vooral gebruik van die mensen die de meeste kennis hebben over wat lokaal wel en niet werkt: de werkvloer. Luister en bepaal samen de koers. Resultaat zal zijn dat op sommige plekken behoefte zal zijn aan Welzijn Nieuwe Stijl. Op andere plekken niet.

Als het probleem is dat het welzijnswerk lokaal het contact met de samenleving heeft verloren, zullen we voor de oplossing we niet landelijk een nieuwe aanpak moeten uitrollen, maar luisteren naar de mensen die lokaal het contact moeten herstellen. Geen landelijke aanpak, maar lokaal vrijheid voor de professionele welzijnswerkers. Vergeet Welzijn Nieuwe Stijl, op naar Welzijn Eigen Stijl!

Aldus: Robert Blom, adviseur participatie voor Zet, Centrum voor maatschappelijke ontwikkeling Brabant

Bron: Zorg en Welzijn, 5 januari 2011

donderdag 16 december 2010

Amsterdam stop met aanbesteden WMO

De gemeente Amsterdam gaat komend jaar geen aanbesteding doen voor de thuiszorg. Hiervoor heeft een meerderheid in de gemeenteraad vorige week gestemd. De nieuwe aanpak zal grote zorgaanbieders waarschijnlijk marktaandeel kosten.

Amsterdam stapt helemaal af van de Europese aanbesteding en gaat ook niet nationaal aanbesteden in de Wmo. In plaats daarvan volgt de hoofdstad het voorbeeld van de gemeente Boskoop. In het Boskoop-model maakt de gemeente bestuurlijke afspraken met thuiszorgaanbieders die vervolgens kunnen intekenen op een convenant. De gemeente Amsterdam verwacht dat dankzij deze aanpak veel nieuwe aanbieders de Amsterdamse markt kunnen betreden. Bestaande aanbieders, zoals marktleider Cordaan, zullen onder dit systeem waarschijnlijk aandeel verliezen.

Af van het aanbesteden

Gemeenteraadslid Peggy Burke van de PvdA in Amsterdam heeft de kar getrokken om van de Europese aanbesteding af te komen. “We wisten al langer dat Europees aanbesteden niet persé verplicht is vanuit Brussel. Dus hebben we de voormalige welzijnswethouder gevraagd alternatieven te onderzoeken. Hij kwam echter met het verhaal dat aanbesteden de enige
manier is om thuiszorg te contracteren in een gemeente met vijftig aanbieders en tienduizenden cliënten. Inmiddels wil een meerderheid van VVD, GroenLinks, SP en de PvdA af van het aanbesteden.

Boskoopmodel

De nieuwe wethouder Eric van der Burg (VVD) heeft vorige week daarom een positief pre-advies gegeven voor het Boskoop-model. Aanbieders moeten om mee te kunnen doen aan de gesprekken voldoen aan een aantal minimumeisen. Zo moeten ze een signaleringsfunctie kunnen bieden en minimaal 25.000 uur hulp per jaar kunnen leveren. Bovendien mogen ze geen zorg onderaannemen. “Cordaan heeft nu een aandeel van zeventig procent, maar besteedt een deel van die zorg uit aan derden”, zegt Burke. “Hierbij blijft natuurlijk geld bij Cordaan hangen, dus dat willen we niet meer. Een ander voordeel van het Boskoop-model is dat aanbieders die zich richten op specifieke doelgroepen, zoals de Turkse gemeenschap, nu ook de markt kunnen betreden.”

Prijsonderhandelingen

Over de prijs die de gemeente zal hanteren, moet nog onderhandeld worden. Het is de bedoeling dat in januari de eerste gesprekken gevoerd worden. Volgende week donderdag moet eerst nog een officieel akkoord vanuit de gemeenteraad komen. “Het mooie van dit besluit is dat je kunt stellen dat het voorgoed gedaan is met de Europese aanbesteding in de Wmo nu de hoofdstad er niet meer aan meedoet”, aldus het raadslid.

Bron: Zorgvisie, 16 december 2010

maandag 13 december 2010

WMO nieuwe stijl

In de Wmo nieuwe stijl krijgen zorgvragers geen zorg meer op basis van verstrekkingen en standaardindicaties. Gemeenten zullen in plaats daarvan kijken naar wat burgers en hun netwerken zelf nog kunnen doen en betalen. Dat blijkt uit de nieuwe Wmo-modelverordening die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) deze week presenteert.

In de nieuwe modelverordening van de VNG is het niet meer de bedoeling dat burgers met een indicatie in de hand een standaardaantal uren zorg krijgen toegewezen. De indicaties die burgers nu hebben, zullen aangepast worden aan de specifieke omstandigheden van de Wmo-cliënt. Gemeenten gaan om dit te regelen bij de mensen om de keukentafel inventariseren wat er precies aan huishoudelijke hulp of andere Wmo-zorg nodig is. Burgers die nu bijvoorbeeld nog recht hebben op vier uur huishoudelijke hulp maar kinderen in de buurt hebben wonen die een steentje bij kunnen dragen, zullen minder uren krijgen. Daartegenover staat dat burgers die vereenzamen en er alleen voor staan maar nooit echt om hulp hebben gevraagd, juist meer uren krijgen. De nieuwe manier van indicatiestellen door de gemeente betekent ook dat gemeenten welgestelde burgers zullen vragen om zelf op eigen rekening huishoudelijke hulp in te kopen. Dit gaat dan om vermogende burgers die in belastingbox drie meer dan twintigduizend euro hebben aan te geven.

Aan de keukentafel

“We gaan de zorg veel meer precies toesnijden op de cliënt”, zegt VNG-directeur Sandra Korthuis. “Dankzij de keukentafelgesprekken zullen we het krappe Wmo-budget veel beter kunnen uitgeven daar waar het nodig is. Als iemand een heel groot netwerk blijkt te hebben dan is er veel minder compensatie nodig vanuit de Wmo. Daarnaast brengt deze kanteling de administratieve rompslomp naar beneden. Burgers hoeven maar naar één loket voor thuiszorg en kunnen zich wenden tot de gemeenteraad als er wat mis gaat.”

Minder indiceren

Korthuis is niet bang dat gemeenten met een tekort op het Wmo-budget de keukentafelindicatie gaan aangrijpen om zo min mogelijk uren te indiceren. “Er is altijd de gemeenteraad als controlerend orgaan. Het is overigens wel zo dat er tweehonderd miljoen euro wordt gekort op het Wmo-budget, dus gemeenten gaan wel scherper kijken.”

Cliëntenorganisaties positief

Naast de VNG hebben cliëntenorganisaties CG-Raad en CSO meegewerkt aan het tot stand komen van de verordening. Anneke Van der Vlist van de CSO koepel van ouderenorganisaties is positief over de verordening. “Het is alleen jammer dat de kanteling samenvalt met een bezuiniging in veel gemeenten. Dat zal moeilijk uit te leggen zijn aan de burger, maar dat gaan we wel doen.” Een ander punt waar Van der Vlist nog op wijst is dat in de modelverordening de rol van de mantelzorger nog beter kan worden omschreven. “De gemeenten leggen hier nu veel neer dus dat moeten zij nog goed gaan invullen.”

Niet verplicht

Gemeenten zijn niet verplicht zich te houden aan de modelverordening van de Wmo. Korthuis verwacht wel dat veel gemeenten er de voordelen van zullen inzien.