Terwijl ik, Dik Hooimeijer, een broodje weghapte, las ik afgelopen zaterdag in de Volkskrant het interview met Ivo Opstelten, onze nieuwe no-nonsense minister van Veiligheid en Justitie. Eén passage zette mij aan het denken.
Ten aanzien van die criminaliteit sprak ik laatst een onderzoeker van de politie. Hij vroeg mij of ik een reden kon bedenken, dat de recidive onder jeugdige Marokkaanse jongens in Haaglanden een duidelijk afname liet zien. Ik kon daar niet direct antwoord op geven. Die afname is toch wel een bijzonder gegeven, omdat de burger blijkbaar het tegendeel denkt. Zeker na de laatste berichten over Gouda.
Ten aanzien van het veiligheidsgevoel is het eigenlijk ook vreemd. Uit onderzoek blijkt dat wij Nederlanders tot één van de gelukkigste volkjes ter wereld behoren. Ik zal met mijn volgende uiteenzetting geen vrienden maken, maar wil toch ook eens een tegengeluid laten horen.
Beginnen wij niet een beetje een zeikvolk te worden? Het kraken is wettelijk verboden, want we hebben er last van. Wat we even vergeten, is dat de kraakbeweging een enorme rijkdom heeft voortgebracht op het gebied van muziek, kunst en theater, maar ook qua ondernemerschap. Maar: weg ermee, we hebben er last van. Volgende: het pasjessysteem voor wiet in Amsterdam. We hebben last van die toeristen. Amsterdam moet weer keurig en calvinistisch, maatregel op maatregel omdat wij burgers overal last van hebben. Een tijdje geleden stond er een Haagse meneer in NOVA te foeteren op het feit dat op het plein tegenover hem, in een Vinexlocatie, een peuterspeelzaal was gebouwd. Die kinderen spelen verdorie een uurtje buiten en maken lawaai. Verschrikkelijk! Hij was een actie gestart. Kinderen tussen twee en vier jaar die plezier hebben; godbetere!
Er hoeft maar iets te gebeuren dat de burger niet zint en hij schreeuwt moord en brand. De media duikt erop en bestuurders, burgemeesters en ministers raken in paniek en verzinnen nog meer regels ter voorkoming. Ook in ons werk merk ik dat van ons zaken worden verwacht waarvan ik denk: ‘Ja hallo, los dat lekker zelf op’. Dus vraag ik mij weleens hardop af of de Nederlander geen zeikerd aan het worden is? En dat meen ik. Mensen in het land laten zich door angst en anti-islamgevoelens leiden in hun stemgedrag, terwijl er in een straal van vijftig kilometer geen moslim te vinden is. Hier speelt ongetwijfeld het individualisme, maar ook zeker het egoïsme, van de burger een rol; ik en dan een hele tijd niets. Dit is zeker niet goed voor het klimaat van samenleven. Angst, vooroordelen en achterdocht zijn vaak het fundament voor problemen in buurten en wijken. Als wij niet oppassen, dendert dit in sneltreinvaart door.
Eigenlijk droom ik van een staatsman, groot met sonore stem, een rechtvaardig vadertype zeg maar, zo’n no-nonsense man die ons op ons gedrag aanspreekt en niet meegaat in het populisme. Een die ons terechtwijst en zegt: ‘En nu is het uit met dat gezeik van jullie. Doe even normaal’.
Dik Hooimeijer (1954) is binnen Stichting MOOI, een welzijnsorganisatie in Den Haag en Zoetermeer, onder meer verantwoordelijk voor Marketing, Innovatie en Projecten. Sinds 1975 is hij werkzaam in de welzijnssector. Hij noemt zichzelf een absoluut welzijnsdier, maar is ook een oprecht criticaster. Naar zijn oordeel is welzijn te weinig innovatief en speelt het niet in op de tijdgeest.
Bron: Zorg & Welzijn 22 november 2010