dinsdag 7 september 2010

150 Miljoen bezuinigen op PGB zet gemeenten klem

De belangenvereniging van budgethouders, Per Saldo, maakt zich ernstige zorgen over de bezuiniging van 150 miljoen euro op de pgb's. ‘Óf de tarieven gaan omlaag en mensen krijgen minder geld om zorg in te kopen, óf gemeenten moeten de toegang tot de zorg beperken.’

Volgens Per Saldo, de belangenvereniging van mensen met een pgb, leiden bezuinigingen op het pgb tot een verschraling van de zorg. Vorig jaar gaven gemeenten 251 miljoen euro uit aan pgb’s. ‘Gaat daar 150 miljoen vanaf, dan daalt het budget ruim onder het niveau uit van 5 jaar geleden. Dat is niet uit te leggen’, zegt Stans Damen, woordvoerder van Per Saldo op de website van Binnenlands Bestuur.

Het kabinet wil het geld voor persoonsgebonden budgetten (pgb’s) in de thuiszorg meer dan halveren. Gemeenten kunnen mensen geen pgb weigeren. Het tarief voor huishoudelijke hulp kan ook niet lager dan het nu is. Gemeenten worden door de overheid zo feitelijk gedwongen de toegang tot zorg moeilijker maken. Stans Damen: ‘De enige andere mogelijkheid die gemeenten dan hebben om met minder budget rond te komen, is om de toegang tot de zorg en dus ook tot de pgb’s moeilijker te maken.’

Volgens Binnenlands Bestuur is het onduidelijk waarom het kabinet op de pgb’s wil bezuinigen. Uit een onderzoek van bureau Cebeon zou blijken dat een dergelijke bezuiniging mogelijk is. Maar dat onderzoek wil het ministerie van Binnenlandse Zaken niet openbaar maken.

In september onderhandelt het kabinet met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over de bezuiniging. Om die onderhandelingen niet te beïnvloeden wordt geen nadere toelichting gegeven. Een woordvoerder van Binnenlandse Zaken wijst er op dat het Centraal Planbureau al jaren aangeeft dat het uitgavenbedrag voor pgb’s ‘betrekkelijk onzeker’ is en dat onduidelijk is welke zorg voor dat bedrag precies wordt ingekocht.

Bron: Zorg @ Welzijn, 6 september 2010

maandag 14 juni 2010

Kanaleneiland: dweilen met de kraan open

Welzijnsdirecteur Heinz Schiller stelde vorig jaar in de Volkskrant dat het welzijnswerk in Kanaleneiland nauwelijks zoden aan de dijk zet. Niet welzijnswerk, maar beter onderwijs, ouderbetrokkenheid, werk en herstructurering helpen de bewoners vooruit. ‘Het welzijn is niet de spil.’

In zijn boek De kunst van het stijgen. Over sociale mobiliteit en welzijnswerk dat er toe doet onderbouwt Heinz Schiller zijn ideeën. Volgens hem schieten veel vernieuwingsprojecten op Kanaleneiland hun doel voorbij, omdat ze niet gericht zijn op verbetering van de maatschappelijke positie van bewoners. Het streven naar sociale cohesie in de Vogelaar-aanpak werkt volgens hem averechts: het bevestigt eerder de achterstand, dan dat het die doorbreekt. Dagvullend onderwijs, grotere ouderbetrokkenheid en werkende moeders die het goede voorbeeld geven, leveren meer op, zegt hij. Het welzijnswerk zou zich dan ook moeten beperken tot het versterken van ouderbetrokkenheid en individuele hulpverlening. Hij verwijst naar de Amerikaanse Harlem Children’s Zone waar docenten, sociaal werkers, ouders en vrijwilligers zich gezamenlijk inzetten voor een succesvolle schoolloopbaan van kinderen.

U constateerde vorig jaar dat het welzijnswerk in Kanaleneiland zijn stinkende best doet, maar dat het niet helpt. Welke resultaten boekt u dan wel?
‘Mijn kritiek in de Volkskrant ging over de aanpak van achterstand. Hoe kun je dat probleem in Kanaleneiland met succes te lijf gaan? Daar speelt niet alleen het welzijnswerk een rol in. En dat kan de achterstand ook niet oplossen. Het is weinig effectief. Volgens mij komt dat omdat we niet kunnen of willen focussen op de kern van de problemen. Neem de voorscholen (vaak een combinatie van peuterspeelzaal en basisschool, met taalprogramma’s voor kinderen en ouders, red.). Uit onderzoek blijkt dat we dat heel goed doen. Maar we weten niet zeker of het helpt. Tegelijkertijd bereiken we maar 40 procent van de kinderen in Kanaleneiland die vanwege een taal- of ontwikkelingsachterstand op een voorschool zouden moeten zitten. Pas als we 80 procent van die kinderen bereiken, maken we verschil.’

Maar wat brengt het welzijnswerk verder?
‘Van wat we doen, doen we 80 procent heel goed. Voorscholen, allerlei diensten, maatschappelijk werk, sociaalraadsliedenwerk, ouderenadviseurs, schuldhulp, jeugdhulpverlening. Die diensten draaien perfect en worden hoog gewaardeerd. Maar daarmee los je de achterstand niet op. We zijn constant bezig steeds weer dezelfde vragen te beantwoorden. De wijk reproduceert achterstand, daar kom je niet doorheen. Vanuit dat perspectief zijn we met individuele diensten aan het dweilen met de kraan open. Wat kan het welzijnswerk aan de kraan doen? Daar ben ik heel bescheiden over.’

Bron: Zorg en Welzijn, 10 juni 2010

vrijdag 21 mei 2010

Lang wachten op schuldhulp in Utrecht

Inwoners van Utrecht die schuldhulp nodig hebben, moeten 12 weken wachten op een intakegesprek. Dat is veel meer dan het landelijke gemiddelde.

Dit blijkt uit de antwoorden van het college van burgemeester en wethouders op vragen van de PvdA-frac­tie. De landelijke wachttijd is gemiddeld 32 dagen. In de 4 grote gemeenten is dit 43 dagen. Met 84 dagen is de wachttijd in de gemeente Utrecht bijna dubbel zo lang.

Inwoners van de gemeente Utrecht kunnen zich sinds eind maart melden op een spreekuur. In een half uur wordt vervolgens bepaald of financieel advies toereikend is of dat echt schuldhulpverlening nodig is.

In dit laatste geval volgt een intakegesprek. Hierin wordt de exacte situatie bepaald en wordt gekeken wat no­dig is. Dit is echter pas na 12 weken. Het open spreekuur moet volgens de gemeente helpen de wachttijd te verkorten.

Onlangs zette senior adviseur bij Hiemstra & De Vries Nadja Jungmann op Gemeente.nu nog uiteen wel­ke belangrijke taak de gemeenteraden wacht in relatie tot het wetsvoorstel gemeentelijke schuld­hulp­verlening

dinsdag 11 mei 2010

FNV onderzoekt tevredenheid van gebruikers over contractvervoer

De FNV start een grootschalig onderzoek naar de tevredenheid van gebruikers van contractvervoer over de kwaliteit van het vervoer. Contractvervoer is een verzamelnaam voor het WMO-vervoer, het vervoer van ouderen of gehandicapten en kinderen die in het speciaal onderwijs zitten. De FNV roept al haar leden die gebruik maken van of te maken hebben met contractvervoer mee te werken aan de enquête.

De enquête kan vanaf 1 mei online worden ingevuld op

www.contractvervoermeter.nl

Ook worden er lokaal enquêtes uitgezet via de lokale afdelingen van de FNV, van FNV Bondgenoten en van ANBO. 


In 2008 maakte FNV Bondgenoten samen met de CG-raad en ANBO al een zwartboek met klachten over het contractvervoer. De politiek schrok toen erg van de inhoud van de klachten en gaf de betrokken ministers en staatssecretarissen opdracht om met oplossingen voor de problemen te komen. Dat heeft onder andere geleid tot handboeken met eisen waar aanbesteding aan moet voldoen. 
Maar die handboeken zijn geen wetgeving. De vraag is dan ook of aanbestedende partijen als gemeentes nu betere kwaliteit leveren. Met dit nieuwe onderzoek wil de FNV daar zicht op krijgen.


Peter Gortzak, vice-voorzitter FNV Vakcentrale: "De afgelopen jaren is vooral vanuit kostenoverweging het marktdenken leidend geweest in het besloten taxivervoer. Dit mag natuurlijk niet het enige criterium zijn om de kwaliteit van het taxivervoer vast te stellen. De belangen van werknemers en klanten zijn minstens zo belangrijk. Vandaar dit onderzoek. Wij zijn zeer benieuwd naar de ervaringen van mensen die van dit vervoer afhankelijk zijn".

De enquête loopt van mei tot en met augustus 2010. De verkregen gegevens worden in het najaar verwerkt tot een rapport met aanbevelingen, dat we in november of december gaan aanbieden aan de Tweede Kamer-commissies van Verkeer & Waterstaat, Volksgezondheid, Welzijn & Milieu en Onderwijs en aan de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

dinsdag 9 maart 2010

VNG wil regie over re-integratie vanuit uitkering

Er moet één aanpak komen voor re-integratie van alle mensen met een uitkering. Dat maakt de sociale voorzieningen effectiever en goedkoper. De gemeente krijgt daarover de regie. Dat stelt de Vereniging Nederlandse Gemeenten in een advies.

Het indelen van burgers naar afzonderlijke doelgroepen en regelingen, met elk een eigen re-integratie aanpak, financiële potjes en verschillende uitvoeringsinstanties, is volgens de VNG inefficiënt. De gemeentekoepel wil dat gemeenten zelf de re-integratie voor alle doelgroepen gaan uitvoeren.

‘Door verschillende taken die gemeenten al uitvoeren - zoals schuldhulpverlening en inburgering - te combineren met voorzieningen uit de Wmo en de bijzondere bijstand, kunnen mensen met succes terugkeren op de arbeidsmarkt.’ Aldus de VNG in het advies aan de parlementaire werkgroep die moet bekijken hoe er structureel 35 miljoen euro bezuinigd kan worden.

Sociale voorzieningen en sociale zekerheid kennen veel verschillende regelingen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt: WSW, WAJONG, WW, WIA, WWB, WIJ. Dat leidt volgens de VNG tot extra werk, lange procedures, een onduidelijke taakverdeling bij allerlei organisaties en veel onbegrip bij burgers. ‘Het kan eenvoudiger en voordeliger door meer verantwoordelijkheden neer te leggen bij gemeenten en de Werkpleinen (samenwerking tussen gemeente, re-integratiebedrijven en UWV, red.). Zij zijn in staat om deze mensen via een integrale aanpak te helpen.’

'Het gaat er om dat we als gemeenten aan de burgers perspectief bieden door één aanpak voor de re-integratie,' zegt Hans Spigt, voorzitter van de commissie Werk en Inkomen van de VNG. 'Die aanpak willen we uitvoeren. We willen niet de uitvoering van alle inkomensregelingen met bijbehorende claimbeoordeling. Daarom is het zo belangrijk om in de regio samen te werken en van het Werkplein de toegangspoort tot de arbeidsmarkt te maken.'

Om de re-integratie in één aanpak te gieten, moeten verschillende wetten en regelingen worden gestroomlijnd, aldus de VNG. De gemeentekoepel wil dat werkgevers het eerste halfjaar verantwoordelijk zijn voor de Werkloosheidswet (WW). ‘Er zijn betere financiële prikkels in het systeem nodig. Wie na enige tijd WW niet in staat is gebleken op eigen kracht terug te keren naar regulier werk, heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt opgebouwd. Dan kan de betrokkene een beroep doen op hulp van gemeenten.’

De VNG adviseert om te werken aan één administratie en één ICT-systeem voor alle uitkeringen. Verder wil de VNG 30 arbeidsmarktregio’s organiseren, waarin gemeenten en partners samenwerken in het Werkplein. Gemeenten en UWV maken een jaarplan voor het Werkplein. De wethouder van de centrumgemeente stuurt het Werkplein aan.


Bron: Zorg en Welzijn

donderdag 4 maart 2010

Voorlopige uitslag gemeenteraadsverkiezingen Utrecht 3-3-2010

Deze voorlopige einduitslag is gebaseerd op de getelde stemmen van alle 172 stembureaus. De opkomst is 52,5%. De definitieve einduitslag, inclusief voorkeurstemmen en zetelverdeling is vrijdagochtend rond 10.30 uur bekend.

Voorlopige einduitslag

Voorlopige zetelverdeling



dinsdag 2 maart 2010

WMO moeilijk voor ggz-cliënten

De overgrote meerderheid van de gemeenten handelt in de geest van de Wmo en heeft de bedoelingen van de wet omgezet in plannen. Dat is de eerste conclusie uit het evaluatierapport 'Op weg met de Wmo' van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Toch is er ook nog 'werk in uitvoering'. Onder andere mensen met een chronisch psychische aandoening hebben moeite het Wmo-loket te vinden.

Voor de evaluatie van de Wmo, in opdracht van VWS, heeft de SCP bij alle gemeenten de Wmo-coördinatoren bevraagd en onderzoek gedaan onder belangrijke actoren als Wmo-raden en cliëntenorganisaties. Het is niet nieuw dat mensen met een psychische aandoening problemen hebben met het aanvragen van Wmo-voorzieningen. 'Al uit eerder onderzoek blijkt dat zij hun problemen moeilijk voor het voetlicht brengen', legt projectleider Mirjam de Klerk van het SCP uit. 'Loketmedewerkers weten vaak onvoldoende van psychische problematiek. Die is ook niet altijd zichtbaar. Zij kunnen zich bijvoorbeeld moeilijk inleven in iemand met angsten.'

Mensen met psychische aandoeningen haken sneller af als zij allerlei papieren moeten invullen, vervolgt De Klerk. 'Ik kan me zo voorstellen dat zij ook minder snel terugvallen op een sociaal netwerk. Bij ouderen zie je toch vaak dat de kinderen helpen met een aanvraag.' Volgens de projectleider moet je sterk in je schoenen staan bij het Wmo-loket. 'Sommige gemeenten zijn best terughoudend, waardoor deze groep zich snel laat afwimpelen met een formulier.'

Voorzitters van de Wmo-raden geven aan dat in meer dan eenderde van de gemeenten de belangen van mensen met psychische problemen onvoldoende worden behartigd. 'Dat heeft vooral te maken met dat zij zelf niet participeren in Wmo-raden', verklaart De Klerk. 'Er is een voorbeeld waarbij iemand met een verstandelijke beperking samen met een coach deelneemt aan de Wmo-raad. Het kan wel, als de gemeente ervoor open staat.'

Uit het onderzoek blijkt overigens niet dat de Wmo-aanvraag van deze groep vaker zou worden afgewezen dan bij andere hulpvragers, stelt De Klerk. 'Uit de cijfers blijkt niet dat zij stelselmatig worden benadeeld. Het probleem ligt vooral bij de gang naar het Wmo-loket en de aanvraag.'

Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in werking getreden. Een belangrijk doel van de wet is mensen meer te laten meedoen in de maatschappij. Gemeenten dienen mensen die dat nodig hebben, hierbij te ondersteunen. Tijdens de evaluatie is de aandacht vooral uitgegaan naar mensen met een beperking en naar het beleid dat gemeenten voor hen voeren. Worden met de Wmo de doelen van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie bereikt? Hoe geven gemeenten invulling aan de Wmo? Hebben gemeenten de juiste instrumenten om de Wmo uit te voeren? De onderzoekers registreren de meningen en ervaringen van de betrokkenen, maar doen geen aanbevelingen in het evaluatierapport.

Andere belangrijke conclusies uit het evaluatierapport zijn: 13 procent van de mensen met een matige of ernstige lichamelijke beperking heeft behoefte aan meer ondersteuning. Ruim 90 procent van de aanvragen wordt (deels) toegewezen. Het persoonsgebonden budget is lang niet bij alle aanvragers bekend. Gemeenten verstrekken meer voorzieningen als ze meer uitgaan van de vraag van de cliënt. Mantelzorgers zijn onvoldoende op de hoogte van het ondersteuningsaanbod.

Lees hier het evaluatierapport van de Wet maatschappelijke ondersteuning 'Op weg met de Wmo' van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Uit: Zorg en Welzijn